INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

Zo doet de plant dat 


Een plant is iets bijzonders. Zij kan haar eigen eten maken. Dat krijgen de mensen en de dieren niet voor elkaar.  



Een plant is een echte zoetbek, ze eet de hele dag suiker. Die suiker wordt gemaakt in de bladeren. Daarvoor zijn lucht, water en zonlicht nodig. Lucht is overal om de plant heen. Het zoeken van water is een karweitje voor de wortels. Ze zuigen het water uit de grond. De plant maakt alleen overdag suiker, als de zon ons licht geeft. De suiker wordt gebruikt om te groeien en om allerlei stoffen in de plant van boven naar beneden te brengen en andersom. Sommige planten maken een voorraad eten en slaan die op in wortel of stengel. Denk maar aan suikerbieten of peentjes. De plant kan niet alleen van de suiker leven. Zij heeft ook eiwitten en vetten nodig. Je raadt het al: ook die twee stoffen kan de plant zelf maken. Daarvoor heeft de plantvoedingsstoffen nodig. Voedingsstoffen zitten aan de korreltjes grond. Ze lossen op in water en worden dan door de wortels opgezogen. Ieder jaar weer eten de planten op de akker voedingsstoffen uit de grond. Zo raken die natuurlijk een keertje op. Grond met weinig voedingsstoffen noem je arme grond. De planten groeien daar slecht. Dus wat doet de boer? Hij vult de hoeveelheid voedingsstoffen in de grond aan met mest van dieren of met kunstmest. 


Van lucht en water met voedingsstoffen maakt de plant haar eigen voedsel. Daar is ook licht bij nodig.


De suikerbiet als voorbeeld

De kampioen suiker opslaan is de suikerbiet. In een suikerbiet van een kilo zit wel 170 gram (17%) suiker. Dat zijn ongeveer 35 suikerklontjes. Suikerbieten worden geoogst tussen half september en half december. 'De campagne' wordt die oogstperiode genoemd. Van een hectare met 80.000 suikerbietenplanten oogst een bietenteler dus 13.600 kilo suiker. De voorraad suiker die een bietenplant aanmaakt, verschilt van jaar tot jaar. Hoeveel ze maakt, hangt af van vele factoren, zoals de hoeveelheid voedingsstoffen in de grond, de hoeveelheid zon, het weer, het bietenras en de eventuele aantasting door ziektes en plagen. De suikerbietenplant groeit in het voorjaar uit een zaadje. Al snel na het zaaien komt er uit het zaadje een klein plantje. Er is dan nog geen biet te zien. Die komt pas in de zomer. Dan maken de bladeren van lucht, water en zonlicht heel veel zoete stof, een soort suiker. De plant bewaart die zoete stof in de wortel. Deze wortel wordt steeds dikker en dikker en heet dan een biet. Zo maakt de plant een flinke voorraad voedsel om de winter door te komen.


Zuurstofmaker

Een biet is ook nog op een andere manier een kampioen. In de lucht die de planten inademen zit CO2. Planten hebben die nodig voor hun groei en om suiker te kunnen maken. Ze hebben vooral die C nodig (dat is een afkorting voor een stofje dat 'koolstof' heet). De plant ademt CO2 ('kooldioxide') in en ademt de rest (O2) uit. Dat is zuurstof. Die hebben mensen en dieren nodig om te kunnen leven. Een hectare suikerbieten 'maakt' zo ruim 16 miljoen liter zuurstof. CO2 wordt ook wel een broeikasgas genoemd. Als er daarvan te veel in de lucht zit, warmt de zon de aarde te veel op en verandert zo geleidelijk het klimaat op aarde. CO2 komt bijvoorbeeld in de lucht als je hout en olie verbrandt, als je auto rijdt of als een elektriciteitscentrale steenkool als brandstof gebruikt om stroom op te wekken. Olie en steenkool zijn ontstaan uit planten die vele miljoenen jaren geleden leefden. 


De suikerbietenplant is een grootgebruiker van broeikasgas. Eén hectare suikerbieten neemt 35.000 kilo CO2 op. Dat is evenveel als zeventien auto's in een jaar de lucht in blazen. De Nederlandse akkerbouwers telen samen 75.000 hectare bieten. Dan weet jij - omgerekend - van hoeveel auto's die CO2 afkomstig is. 

Omhoog