INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

Water in de kas 


In de kringloop in de glastuinbouw speelt water een sleutelrol. Het water vervoert de voedingsstoffen naar de plant en brengt de warmte in de kas. Het wordt ook gebruikt om warmte te bewaren. En op water kun je planten telen. Zonder water kon de glastuinbouw een flink stuk minder duurzaam telen. 



Wat zou een teler zijn zonder water? In ieder geval geen teler meer, want zonder water kan een plant niet leven. Het water zorgt ervoor dat de plant voedingsstoffen kan opnemen en zorgt voor verkoeling. Als een plant het te warm krijgt, verdampt ze water. Net als een mens. Maar dat heet dan 'zweten'. Ook de tuinder gebruikt in zijn kas water voor het transport van voedingsstoffen en voor verkoeling. 


Voedseltransport

Heel veel tuinders met een kas telen hun planten op steenwol. Dit 'substraat' wordt gemaakt van vulkaangesteente. Dat wordt in een oven gesmolten bij zo'n 1600 graden Celsius, waarna er draadjes van worden getrokken: de 'steenwol'. Van die draadjes worden luchtige blokken of matten geperst. 


Tomaten worden geteeld op steenwol. 


In steenwolmatten zit geen voeding. Daar moet de tuinder voor zorgen. Anders kan de plant (bijvoorbeeld een tomatenplant, een komkommerplant of een paprikaplant) niet groeien. Voedsel en water krijgt de plant via een druppelaar die vlakbij iedere plant staat. Dat zuigen de plantenwortels op uit het substraat. De hoeveelheid water en voedingsstoffen die de plant krijgt, regelt een computer. De plant krijgt zo precies wat ze nodig heeft voor haar groei. Het water met de meststoffen komt uit een groot voorraadvat in de kas en wordt via slangen en slangetjes naar de plant geleid. De voedingsstoffen die de plant niet gebruikt, worden opgevangen en opnieuw gebruikt. Zo gaat niets verloren. Het water wordt, voordat het weer wordt gebruikt, eerst ontsmet om te voorkomen dat ziektekiemen de plant ziek kunnen maken. Ook potplantenkwekers geven hun planten op die manier voedingsstoffen. 



Water om op te telen

Sommige telers gebruiken water om groente en snijbloemen op te telen. Sommige telers van witlof, sla, prei, chrysanten en snijtulpen bijvoorbeeld doen dat. De planten van deze telers hangen met hun wortels in een bak met water, zodat ze vocht en voedsel kunnen opnemen. En natuurlijk: ook telers van waterplanten, zoals de waterlelie en de moerasaronskelk, telen in bakken met water. Maar deze staan ín het water en hangen niet met hun wortels erboven. Waterplanten groeien deels onder water. Hun wortels staan in modderige grond. 


Sommige telers telen chrysanten op water 


Condenswater

Het water dat de tuinder gebruikt om op te telen, is meestal regenwater. Dat wordt opgevangen in een bassin en ontsmet. Maar het kan ook anders. Bij een tomatenteler in Berkel en Rodenrijs bijvoorbeeld is de watervoorziening in de kas heel slim anders geregeld. Het is een proef. Langs de ramen in de kas lopen gootjes waarin het condenswater wordt opgevangen en hergebruikt als gietwater voor de planten, nadat er voedingsstoffen aan toe zijn gevoegd. Condens is vocht dat in warme lucht zit en als druppels water 'neerslaat' op een kouder oppervlak. De condens ontstaat bijvoorbeeld als het warm is in de kas en planten water verdampen om zich te koelen. Daardoor komt er heel veel vocht in de lucht. In de kas in Berkel en Rodenrijs is om één kilo tomaten te kweken maar twee liter water nodig. In een gewone kas is dat twintig liter. Dat is een flinke waterbesparing. Met zo'n gesloten kas zou je dus heel goed voedsel kunnen kweken in de woestijn. 


Verwarming

De tuinder gebruikt water ook om zijn kas te verwarmen. Dat water is dan vaak opgewarmd met behulp van bijvoorbeeld een warmtekrachtkoppelinginstallatie (een 'WKK'). Die gebruikt aardgas om stroom op te wekken. Met de warmte die daarbij vrijkomt, wordt water verwarmd om de kas te verwarmen. Via de warmwaterbuizen verspreidt de warmte zich door de hele kas. Met die WKK's produceert de glastuinbouw tien procent van alle stroom die in Nederland wordt geproduceerd. Wat de tuinder over heeft aan stroom of aan warmte levert hij aan een collega-tuinder, aan het openbaar stroomnet of aan een woonwijk. De kas is de zonneboiler en elektriciteitscentrale van de hele buurt. Sommige tuinders gebruiken warm water uit de bodem om hun kas te verwarmen. Dit water is opgewarmd door de warmte van de aarde. Het water wordt via een lange pijp opgepompt uit de bodem. Zo wordt ook koud water teruggepompt om het door de aarde te laten verwarmen. Maar ook met water dat door de zon is opgewarmd, kan de tuinder zijn kas verwarmen. Zo zijn er ook tuinders die de overtollige warmte van fabrieken en elektriciteitscentrales gebruiken in hun kas. Bij elektriciteitsopwekking in de centrales komt veel warmte vrij. De centrales gebruiken water om hun machines te koelen. Tuinders met een kas zijn blij met die restwarmte. Voor de elektriciteitscentrale is het 'afvalwarmte'. Die krijgt zo een nuttige bestemming. Anders zou de elektriciteitscentrale dat koelwater lozen in een rivier, kanaal of meer. 


Water is ook een vervoermiddel  


Warmte bewaren

Warm water dat de tuinder niet nodig heeft voor zijn kas, slaat hij tijdelijk op in een warmtebuffer (een grote, goed geïsoleerde warmteopslagtank) bij zijn kas. 's Nachts, als het te koud is, of wanneer de zon de kas overdag niet genoeg opwarmt, gebruikt de tuinder die reservevoorraad warmte om zijn kas te verwarmen. De tuinder hoeft dan minder aardgas te stoken. Weer andere telers koelen hun kas 's zomers met water als het te warm wordt voor de planten. Het zo opgewarmde water slaan ze diep in de bodem op en pompen ze weer omhoog als het te koud is in de kas. Zo besparen ze op energie. De glastuinbouw is heel vindingrijk.  


Warm water wordt opgeslagen in een warmtebuffer  

Omhoog