INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

Het varken is de kanjer van de kringloop 


Het varkens is het meest onderschatte dier in de voedselkringloop. Varkens eten onder meer de restproducten van de voedselindustrie en voedsel dat de mens niet meer lust. Hun mest is voedsel voor planten en zelf zijn ze voedsel voor de mens. En ze leveren de grondstof voor heel veel verschillende soortenproducten. 



Je zou het bijna niet denken, maar varken kom je vaker tegen dan je misschien lief is. Het varken kom je tegen op de gekste plaatsen. Van de botten bijvoorbeeld wordt lijm. Grote kans dat je schoen of je boek aan elkaar geplakt zijn met varkensbottenlijm. Misschien is je schoen wel gemaakt van varkensleer? Of anders je handschoen? Of een ander kledingstuk. In het porseleinen theekopje is as van verbrande botten verwerkt. Die bezorgt het porselein zijn doorschijnendheid. In zeep, shampoo en waspoeder zit vetzuur van het varken.Ook in tandpasta en kleurpotloden zit grondstof die afkomstig is van een varken. Net als in bodylotion en anti-rimpelcrème. Daarin zit varkensvet. Ook in winegums, drop, pepermunt, lollies, kauwgom, marshmallows, noga, cake, kwarktaart, kokosbrood, vanillepudding, ijs, diervoeding en drankjes, zoals vruchtensappen, kom je 'varken' tegen. Hierin zit gelatine. Die wordt gemaakt van het beenmerg uit de botten. En wat dacht je van de insuline die een suikerpatiënt nodig heeft? Die wordt gewonnen uit de alvleesklier van een varken. De insuline zorgt ervoor dat de stofwisseling in je lichaam goed verloopt. Om het varken kun je bijna niet heen. 


Opruimers

Maar ook als voedselverwerker is het varken een onmisbare schakel in de keten. Behalve uit graan, bestaat het voer van een boerderijvarken grotendeels ook uit diervoedergrondstoffen die afkomstig zijn van bierbrouwerijen, aardappelfabrieken, meelfabrieken, citrusfabrieken en bedrijven die margarine maken. Die grondstoffen zijn overgebleven van de productie van voedingsmiddelen en ongeschikt als voedsel voor de mens. De diervoederfabriek gebruikt ze in veevoer, omdat er waardevolle voedingsstoffen in zitten die het varken nodig heeft om te groeien en gezond te blijven. Maar ook voedsel dat over de houdbaarheidsdatum is, wordt verwerkt in varkensvoer. Dat voedsel is op zich nog goed, maar mag niet meer verkocht worden in de winkel. Zonder het varken zouden al die nuttige productenwaardeloos afval zijn en verbrand of weggegooid worden. 


Varkensmest voor maïs en maïs voor varkens 


Varkens in de stad

Die rol van opruimer heeft het varken overigens al heel lang. Vroeger had in een dorp bijna elk huisgezin een varken. Dat werd gevoerd met voedsel dat over was of voor mensen niet geschikt was om te eten. Ook mensen in de stad hielden varkens. In de Middeleeuwen was dat heel normaal. Ook andere landbouwdieren werden er gehouden. Zelfs kloosters in de stad hielden varkens. De varkens liepen vrij rond en scharrelden op straat hun kostje bij elkaar. Dat was toen niet zo moeilijk, want iedereen gooide zijn etensresten en huisafval toen gewoon op straat. Het varken at zijn buikje rond van alles wat het vond om vervolgens zelf geslacht en gegeten te worden. En zo was de voedselkringloop weer mooi gesloten.Pas in de vijftiende en zestiende eeuw kwam aan die vrije stadse kringloop geleidelijk een einde, toen veel steden de varkens uit de stad gingen weren. 


Graanafval

Sommige boeren mestten hun varkens vet met het graanafval van molenaars en bierbrouwers. In ons land aten varkens zo al zeker vanaf het begin van de zeventiende eeuw 'van de industrie'. Op het menu van het varken stonden onder meer ook de restanten van koolzaad en andere planten waaruit de plantaardige olie werd geperst, de wei van kaasmakerijen, slachtafval van slagerijen en restproducten van de jeneverstokerijen. Het varken at dus ook toen al heel gevarieerd. Het keuzemenu is sindsdien alleen maar verder uitgebreid. Ook de hoeveelheden zijn flink gegroeid. Dankzij de oprichting van fabrieken waar voedsel wordt verwerkt. Dat voedsel in fabrieken wordt gemaakt en verwerkt, gebeurt nog niet eens zo heel erg lang. Het is pas ontstaan in de negentiende eeuw. Toen werden steeds meer nieuwe machines en technieken ontwikkeld voor de verwerking en bewaring van voedsel, waardoor het langer houdbaar was en op grotere schaal verkrijgbaar werd. 


Net als toen

Zo krijgt het varken van nu restproducten van onder meer de graan-, patat- en zuivelverwerkende fabrieken. De eerste zuivelfabrieken zijn opgezet in de tweede helft van de negentiende eeuw. De eerste patatfabriek is in ons land pas opgericht rond 1960. Het varken eet ook voer van over de hele wereld. Zo krijgt het onder andere  ook restproducten van citrusverwerkende bedrijven en restanten die overblijven van de verwerking van oliehoudende planten (sojaschroot en zonnebloem- en palmpitten). Die restproducten worden per bulkschip uit verre landen naar Rotterdam gebracht en in mengvoerfabrieken verwerkt tot veevoer. Zo eet het varken bijvoorbeeld ook afgekeurde groenten en afgekeurd fruit, mislukte bonbons, jam, koekjes, oud brood en zuiveldrankjes, puddinkjes en andere producten die over de houdbaarheidsdatum zijn. Het zijn allemaal voedzame producten die anders naar de vuilverbranding of de vuilstortplaats zouden moeten. Het varken smult ervan. En wij weer van het varken. 


Het varken is voedsel voor de mens 


Vlees

Aan een volwassen varken van 100 kilo zit zo'n 54 kilo vlees en 5,4 kilo vet. In dat vlees zitten voedingsstoffen die het varken uit het voer heeft opgenomen in zijn lichaam en die wij opnemen als we varkensvlees eten. Dat vlees wordt verwerkt in bijvoorbeeld vleeswaren en worsten. Voor een belangrijk deel verkoopt de slager het varkensvlees als vers vlees, dat je thuis moet bakken, braden of op een andere manier moet bereiden. Dat vers vlees is er in verschillende soorten. Uit het vlees van de schouder van het varken wordt schouderham en schouderkarbonade gemaakt. Van de ribben komen de spare ribs. Van het vlees van de buik wordt onder andere bacon, hamburger, gehakt en slavink gemaakt. Ook in verschillende worstsoorten zit buikvlees. Van het vlees van de varkensbuik worden ook speklappen gemaakt. Als je die stukjes spek helemaal uitbakt, heb je 'kaantjes'. Van de lendenen (het beneden gedeelte van de rug) van het varken komt onder andere het 'varkenshaasje'. Dat is een stuk varkensvleeswaar vrijwel geen vet aan zit. Het beenstuk levert het vlees voor ham, fricandeau, schnitzel en cordon blue. De schnitzel is trouwens oorspronkelijk een Oostenrijkse manier van vlees bereiden. Een schnitzel is een lapje vlees dat gepaneerd is en daarna gebakken. Cordon blue is een samengevouwen lapjevlees gevuld met ham en kaas. Een varken is overigens zelf ook een echte vleeseter. Een wild varken eet behalve planten en eikels, onder andere vis, regenwormen, insecten en zelfs jonge, dode vogels en konijnen. Wie alles lust, lijdt niet gauw honger. 


Mest

Niet alle voedingstoffen die het varken eet, neemt het op in zijn lichaam. Die poept het varken uit, komen terecht in de mest en zijn voeding voor planten. Die gaan daarvan beter groeien. Mest maakt het land vruchtbaar. Akkerbouwers en tuinders zijn daarom erg blij met deze mest. Met die mest telen ze planten die meestal voedsel zijn voor mens en dier, zoals dus ook het varken! Zo is de kringloopcirkel mooi rond. Varkensmest is trouwens niet alleen voedsel voor planten, maar ook een bron van energie. Bacteriën kunnen uit die mest biogas maken: duurzame energie. Die is bijna onuitputtelijk. Dat is weer een heel andere kant van het varken. De mest van één varken levert genoeg biogas op om vijf volle ketels met water te laten koken. 


Uit varkensmest wordt biogas gewonnen

Omhoog