INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

Een ui doet wonderen


De ui is een veelzijdige groente. Een ui is natuurlijk in de eerste plaats voedsel. Maar hij wordt daarnaast al vele eeuwen ook gebruikt als middel tegen allerlei kwaaltjes en als kleurstof om bijvoorbeeld wol te verven. En wat geen andere groente kan: een ui kan jou laten huilen.



Uien waren zo'n vijfduizend jaar geleden belangrijk voedsel voor de arbeiders die voor de Egyptische farao's de piramides bouwden. De maaltijd bestond destijds in hoofdzaak uit uien, bier en brood, gemaakt van tarwe en tuinbonen. De Egyptenaren gebruikten de ui ook als geneesmiddel tegen allerlei ziektes en kwalen. Tegen kaalheid bijvoorbeeld. Ook gebruikten ze ui voor het afleggen van een eed. Degene die de eed moest afleggen, legde zijn hand op een ui, want dat was een symbool voor de eeuwigheid.

Uien werden in Egypte ook gebruikt als offergave voor de goden. Oorspronkelijk komt de ui uit Midden-Azië (Iran, Afghanistan, Pakistan en het noordwesten van India).



Insectenbeten

Vanuit Egypte werd de ui in de vierde eeuw voor Christus bekend bij de Grieken en daarna bij de Romeinen. Die gebruikten hem onder andere om de eetlust mee op te wekken, maar ook als medicijn tegen bijvoorbeeld slangenbeten. Nog steeds is de ui een 'huismiddeltje'. Een open gesneden ui naast je bed helpt bij verkoudheid tegen een verstopte neus en hoesten. Het geeft 'lucht'. In een ui zitten stofjes die schadelijke bacteriën en schimmels kunnen doden. Vers geperst uiensap smeren helpt tegen huidaandoeningen, insectenbeten, zwellingen, ontstekingen, steenpuisten, wratten en zweren. Een zalfje van uienolie bevordert de genezing van ontstoken wonden en nagelontstekingen. Uien eten is ook goed voor de bloeddoorstroming.

In de Middeleeuwen was de ui ook in ons land - naast graan - een van de belangrijkste voedingsmiddelen. Uien kun je goed bewaren. Zeevaarders namen dan ook vaak uien mee op hun verre tochten. Zo kwam de ui dankzij Columbus ook in Amerika terecht. 


Uienolie

Een ui bestaat voor 90% uit water. Verder bevat hij onder meer koolhydraten (6,5%), eiwitten (1%), vetten (0,1%) en vitamine A, B, C en E. In uien zit onder meer ook een bittere, vluchtige olie met een scherpe geur. Als je een ui snijdt, komt er een stofje vrij, dat je oog prikkelt, waardoor dat gaat tranen. Ui blijkt ook een handig hulpmiddel om knolselderij en peen te beschermen tegen de wortelvlieg. Die komt op de geur van deze planten af en legt er eitjes in. Als de teler geurpaaltjes met uienolie op zijn akker zet, ruikt de wortelvlieg de groenteplant niet goed meer. Hij kan haar dus ook niet belagen. Fabrikanten van voedingsmiddelen gebruiken uienolie als smaakstof in soepen, sauzen en snacks. Uienolie is duur. Voor één liter olie is ongeveer zevenduizend kilo uien nodig.



Verven met een ui

Met een ui kun je ook verven. In ui zit van nature een gele kleurstof ('quercetine'). Al in de Middeleeuwen werd wol met een aftreksel van uienschillen okergeel geverfd. Maar ook bijvoorbeeld papier en karton kun je zo een geelkleur geven. Uirestanten die overblijven na de verwerking van uien in de sorteer- en pakstations, krijgen zo een mooie nieuwe bestemming. Maar ze kunnen natuurlijk ook op de composthoop of in de biovergister voor het opwekken van biogas.

'Uienverf' heeft als eigenschap dat hij niet verkleurt onder invloed van het licht. Geel blijft geel. In vroeger eeuwen werden overigens ook aak andere planten gebruikt om textiel te verven, zoals kamille, zuring, brandnetel, de vlierbessenstruik, meekrap en wede. Voorbeelden staan op www.denblauwenswaen.nl (kijk bij 'Technieken'). In de negentiende eeuw zijn de plantaardige kleurstoffen verdrongen door kleurstoffen uit de chemische industrie. Die waren goedkoper, maar plantaardige verfstof is natuurlijk veel natuurlijker.



Nederland uienland

Nederland is na India het belangrijkste exportland van uien ter wereld. Nederlandse uien gaan de hele wereld over. Het merendeel (60 procent) wordt verkocht aan andere Europese landen, zoals  Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, België, Frankrijk en Zweden. Bijna een kwart van alle uien gaat naar Afrikaanse landen.

De ui is een echt akkerbouwgewas. Hij wordt geteeld op zo'n 3.500 akkerbouwbedrijven. De Nederlandse akkerbouwers telen per jaar zo'n 1,3 miljoen ton uien. Dat is zo'n 2% van de wereldproductie, maar 20% van de wereldhandel. Van een hectare wordt zo'n 60 ton bewaaruien geoogst. De meeste komen uit Zeeland en Flevoland.


  

Zaaien of planten?

Een ui is een tweejarige plant, die pas bloeit en zaad maakt in het tweede jaar. Een sierui is een tweedejaars ui.

De meeste akkerbouwers hebben zaaiuien. Dat zijn uien die opgroeien uit zaad. Sommige telers hebben plantuien. Die groeien uit voorgekweekte bolletjes die de akkerbouwer met een plantmachine in rijen uitplant. Plantuien kunnen daardoor al geoogst worden in juli-augustus, zaaiuien pas in september-oktober. Ze zijn meestal ook iets zachter.


  

Oogst

Voor de oogst wordt eerst het loof van de uien 'getopt, zodat de plant niet meer groeit. Daarna worden ze gerooid met een machine en op het land enkele dagen in rijen te drogen gelegd. Vervolgens worden ze opgeslagen in de bewaarschuur en gesorteerd. De boer verkoopt ze daarna meestal aan een uienhandelaar. Die verkoopt ze door aan supermarkten in binnen- en buitenland. Bij sommige telers gaan de uien vanaf het land rechtstreeks naar een sorteerbedrijf of bijvoorbeeld een conservenbedrijf dat de uien verder verwerkt.


Omhoog