INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

Een boerderij zit boordevol geluid


Op het erf, in de stal, op de akker en in de wei. Op een boerderij barst het van de geluiden. Van mensen, dieren, trekkers, machines en de natuur. Eigenlijk is het er nooit stil. Doe je ogen dicht en spits je oren als je er bent.



Zo hoor je bijvoorbeeld de trekker (de 'tractor') met zijn takketakketakke-geluid. De trekker is het werkpaard van de boerderij. Hij wordt gebruikt bij allerlei werkzaamheden, zoals ploegen, bemesten, zaaien, spuiten en oogsten.


Een alleskunner

Een trekker is een van alleskunner. Hij trekt machines, werktuigen (zoals een eg of ploeg) en (kiep)wagens. Hij vervoert dieren, kunstmest, weipalen en de oogst. Maar hij kan ook water uit de grond oppompen om de akker te besproeien als het lang droog is op het land. En de boer gebruikt hem als hoogwerker als hij op het dak van zijn stal of schuur iets moet repareren. Dat kan met een trekker, want die heeft aan de voorkant een hef-arm, waar dat mee kan.Sommige machines op de boerderij rijden zelf, zonder trekker. Een combine bijvoorbeeld. Die heeft zelf een motor en een stuur. Die heeft geen trekker nodig. Net als sommige spuitmachines, maïshakselaars en bietenrooiers.



Melkgeluiden

Ook in de stal hoor je allerlei geluiden. 's Ochtends en 's avonds kun je er de boer horen melken (en misschien ook wel horen fluiten, want koeien melken vindt hij het allermooiste dat er is). Dan mengt zich het geluid van loeiende en etende koeien met het gezoem van de melkmachine en de muziek van de radio. Met op de achtergrond af en toe een hond die blaft, omdat er een bezoeker het erf op komt. Of een poes die miauwt. Ook hoor je dan de ijzeren hekjes open en dichtklappen die de koeien in en uit de melkstal laten.

En met 'nat weer' hoor je het getik van de regen of de hagel op het dak van de stal. Net als het loeien van de wind, het ruisen van de bomen en de knallen van het onweer.


Gekraai, geloei, geknor, geblaat

Heel vroeg in de ochtend kun je er ook het 'kukeleku' horen van een haan. Dat doet hij meestal twee uur voordat de zon opkomt. En het kakelen van de kippen? Dat gaat de hele dag door. En de varkens? Ook die hoor je regelmatig knorren. Die kunnen elkaar op wel 26 verschillende knormanieren uitleggen wat er aan de hand is. En let ook eens op koeien die loeien. Een koe kan dat op wel tien verschillende manieren. Meestal loeit een koe als ze zich niet lekker voelt of hulp nodig heeft. Bijvoorbeeld als ze dringend gemolken moet worden. Trouwens ook andere boerderijdieren, zoals schapen, geiten en paarden laten graag van zich horen als ze iets willen laten weten.


Slobberen, kauwen, poepen

Maar ook als dieren eten, maken ze geluid. Een varken kan geweldig slobberen en smakken. Een koe in een weiland hoor je grazen. Ze slaat haar lenige tong om de grassprieten heen en snijdt die af met haar tanden af. Een koe is een herkauwer. Ze heeft vier magen en boert gras op uit haar maag om het te herkauwen. Daarna gaat het naar de volgende maag. En als ze poept en plast, hoor je het flatsen en kletteren.


Vogels

Rondom de boerderij, in het weiland, op en langs de akker en in de fruitboomgaard hoor je vogels. Die zoeken voedsel, bouwen er een nest of zoeken er een schuilplaats tegen hun vijanden. Vaak hoor je hen alleen maar. Soms kun je hen herkennen aan hun geroep, want de naam van een vogel verwijst vaak naar het geluid dat hij maakt. Zoals de koekoek. Die roept 'koekoek'. Je ziet hem niet, maar hoort hem wel.

Maar ook een weidevogel als de kievit komt zo aan zijn 'roepnaam'. In het weiland kom je bijvoorbeeld ook vogels tegen als de kluut, de tureluur, de wulp en de grutto. Andere vogels, zoals de veldleeuwerik, houden meer van een akker. Net als een roofvogel als de grauwe kiekendief, die daar broedt en jaagt. Rondom de boerderij hoor je vaak het getjilp van mussen. Net als het hoge 'tri-triet' van de boerenzwaluw, dat vaak overgaat in gekwetter. De boerenzwaluw bouwt zijn nest in de stal en jaagt op insecten.


Hommels, muggen en krekels

Ook insecten kun je horen. Meestal hoor je het geluid van vleugels. Zoals het brommen van de vleugels van de hommel en de bromvlieg. En het gezoem van de mug, de wesp en de bij. En het tsjirpende geluid van een mannetjeskrekel die zijn vleugels over elkaar wrijft. Hij tsjirpt om vrouwtjeskrekels te laten weten waar hij zit. Ook sommige mannetjesvogels hebben die gewoonte. Mannetjesvogels laten met hun gefluit weten waar hun territorium begint. Ze verleiden zo vrouwtjesvogels om daar met hen een nest te bouwen. Dat gefluit is geluid van het broedseizoen. In de wintermaanden zul je dat veel minder snel horen.


Kasgeluiden

In de kas hoor je weer heel andere geluiden. Daar zijn het vooral de tuinder en zijn medewerkers die geluid maken. En natuurlijk is daar ook het geluid van de radio, want muziek is 'arbeidsvitamine'. En  je hoort er heel specifieke kasgeluid, zoals het stille geluid van kasramen en zonneschermen die automatisch open en dicht gaan en van tegen elkaar stotende oogstkarretjes. Maar ook het bromgeluid van hommels en het zoemen van bijen kun je er horen. Die bestuiven de planten. En natuurlijk hoor je ook in een kas het geluid van machines! Ga maar eens luisteren.

Omhoog