INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

'Dit is een keigoeie boerderij'


Met een groepje medeleerlingen op pad in een melkveebedrijf met een themakaart met opdrachten om in het echt kennis te maken met de boerderij en het werk van de boer. Daarna krijg je een themakaart van een ander groepje en leer je weer een heel andere kant van het bedrijf kennen.




Onder andere in Groningen, vanouds vooral bekend als een akkerbouwprovincie, kan dat. De melkveebedrijven die daar schoolklassen ontvangen werken samen in 'Stichting De Boer op Noord'. De stichting is in 2008 opgericht door drie boerinnen die vinden dat iedere leerling van de basisschool zelf gezien moet hebben hoe melk wordt geproduceerd en wat daarbij komt kijken. Het onderwijs is enthousiast. "Scholen die erover hoorden, belden spontaan op of hun school ook mee mocht doen. En er waren nog meer melkveebedrijven die graag schoolklassen ontvangen. Scholen kunnen nu kiezen uit zeven bedrijven, verspreid over de provincie", vertelt Annely Langereis. Annely is een van de initiatiefneemsters. Zij en haar man hebben een melkveebedrijf in Ten Boer, dat Koe & Jij heet.



Uit Drenthe

Inmiddels bezoeken leerlingen uit alle hoeken van de provincie de Groninger melkveebedrijven. Vorig jaar waren dat er zo'n 100 groepen. Voornamelijk leerlingen uit de groepen 5 tot en met 8. "Het worden er ieder jaar meer. Zelfs scholen uit Drenthe melden zich aan. Ook die zijn welkom", zegt Marjan Groendijk. Marjan en haar man hebben in Zuidwolde, vlakbij de stad Groningen, een melkveebedrijf dat Beleef de Koe heet. Dat zo veel scholen komen, is ook nodig, vindt Marjan. "Voedsel is het waardevolste dat er is. Je moet weten hoe dat wordt geproduceerd. Zelfs volwassenen weten vaak niet goed hoe dat gaat. Ouders die als begeleider met de kinderen meekomen, reageren na afloop vaak met 'Ook wij hebben er veel van geleerd'." 


Blijven

Dat het initiatief gewaardeerd wordt, blijkt ook uit een onderzoek dat Natuur en Duurzaamheid Educatie (NDE) heeft gehouden onder ouders, leerlingen en leerkrachten die het project hebben gedaan. "Het kreeg als waarderingscijfer een 8,3", aldus Marjan.De leerlingen vinden het bezoek prachtig. Marjan: "Ik kreeg reacties als: 'Dit is een keigoeie boerderij. Ik wed dat ik nog eens weer kom.' En: 'Boerin, mag ik bij jou logeren?' Sommigen willen na het bezoek niet meer terug naar school."



Eigen leslokaal

Alle melkveebedrijven die schoolklassen ontvangen, hebben een afzonderlijke ontvangstruimte, waar de leerlingen kunnen zitten en worden voorbereid op wat hen op het bedrijf te wachten staat. "Alle bedrijven zijn gecertificeerd. Ze hebben een training gevolgd voor de ontvangst van onderwijsgroepen", vertelt Annely. Elk bedrijf heeft hetzelfde lesmateriaal. Het is gemaakt in samenwerking met NDE en IVN. "Het sluit aan bij de kerndoelen in het basisonderwijs", aldus Marjan.


Melkrobot


Het bezoek aan de boerderij duurt twee uur. Marjan: "Bij binnenkomst vertelde de boer of boerin eerst in het kort iets over zichzelf, over het bedrijf en wat wel en niet mag op het bedrijf en bij de dieren (de 'huisregels'). We leggen ook uit waarom dat zo is. Verder vertellen we globaal wat ze gaan zien en doen. Soms geven we alvast gedetailleerdere informatie vooraf." Zo is op het bedrijf van Marjan een melkrobot. "Ik vertel daar bij de introductie al het een en ander over, want bij de robot zelf is het daar te lawaaierig voor. Er is daar ook te veel afleiding", zegt ze.

Na de introductie maakt de klas eerst een rondje over het bedrijf, zodat de leerlingen weten hoe het bedrijf is ingericht. Annely: "Na de zuivel- en frisdrankenpauze begint dan het echte werk. De leerlingen mogen dan in groepjes van vijf, zes en onder begeleiding van een ouder of leerkracht aan de hand van themakaarten met opdrachten zelf het bedrijf ontdekken. Annely: "De leerlingen zijn op school al in groepjes ingedeeld. Ze kunnen dus direct aan de slag."



Themakaarten

Er zijn zes verschillende themakaarten. "Zo leert je de boerderij goed kennen. Het is belevend leren met hoofd, hart en handen", aldus Annely. De thema's zijn Melkkoeien, Rondom de boerderij, De koeienstal, het Koeienpaspoort, Voer en Koeien melken. Voor het rundveebedrijf met zoogkoeien is een aanvullende kaart gemaakt. Een zoogkoe houdt het kalf bij zich, totdat dat oud en zwaar genoeg is om geslacht te worden voor het vlees.Ieder groepje doet elke themakaart. Eén kaart duurt een klein kwartiertje, vertelt Annely. Op de kaarten staan vraag- en doe-opdrachten. Annely: "De antwoorden zitten veelal al in de vragen ingesloten. Voor de antwoorden moet je wèl je best doen. Een van de opdrachten is bijvoorbeeld: Weeg jezelf en vermenigvuldig je gewicht met 15. Dan weet je hoeveel een melkkoe ongeveer weegt. Maar er zit ook een opdracht bij als: Vergelijk twee kalfjes met elkaar. Zo'n opdracht hoef je na afloop niet per se nog eens in de groep te behandelen."Annely vervolgt: "De komende jaren gaan we de basisset themakaarten uitbreiden met opdrachtkaarten over weidevogels en de voortplanting. Ook gaan we materiaal maken rondom zuivel en gezondheid."



Op de trekker

De leskaarten zijn gemaakt voor groep 5 tot en met 8. Inmiddels is er ook materiaal voor groep 1 tot en met 4 ontwikkeld. Marjan: "Bij deze leeftijdsgroep ligt het accent meer op andere vaardigheden. Zo leren ze bijvoorbeeld een koe herkennen en gaan ze de huid van een koe natekenen. Ook laten we ze ervaren hoe kuilvoer ruikt en voelt. En ze mogen dingen doen die een boer ook doet, zoals vegen in de stal. En uiteraard mag iedereen op de trekker." De trekker is voor elk kind een hoogtepunt. "Als kinderen zien dat het ene groepje tijdens het bezoek wél op de trekker heeft gezeten en zij niet, gaan ze sneu naar huis. Om dat te voorkomen is zo'n begeleider bij zo'n groepje ook zo belangrijk. Die houdt onder andere dat soort zaken in de gaten en zorgt ervoor dat iedere leerling elk programmaonderdeel doet", aldus Marjan.


Koeienvel met vragen

Het bedrijfsbezoek van de klas wordt afgesloten in de ontvangstruimte. Daar worden dan ook de vragen beantwoord die de kinderen nog hebben over het bedrijf. Aan het begin van hun opdrachtenrondes hebben ze daardoor een 'Koeienvel' meegekregen om die vragen te noteren. Marjan tot slot: "We sluiten het bezoek altijd af met een verwerkingsvraag: Wat heb je van het bezoek geleerd? En voor wie die vraag te moeilijk is, stellen we hem anders: Wat ga je thuis vertellen over de boerderij?" 

De bedrijven van Stichting De Boer op Noord zitten verspreid over heel Groningen. 


Omhoog


Omhoog


  hoi