INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

VLEESVEEHOUDERIJ, Lessen onderbouw 


Doelstellingen

Na het project kunnen de kinderen vertellen:

- hoe varkens en runderen leven

- waarom runderen en varkens gehouden worden

- wat de belangrijkste werkzaamheden van een veehouder zijn.


Werkwijze

Gedurende een à twee weken wordt een aantal dagen aandacht besteed aan het project. Hoe lang dat per dag gebeurt, hangt onder meer af van de activiteit die wordt gekozen,de samenstelling van de groep en de inbreng van de kinderen. De activiteiten waaruit gekozen kan worden, zijn verdeeld in kring- en werkles-activiteiten. De keuze van de activiteiten hangt voor een deel af van het soort bedrijf dat bezocht wordt.



Het bezoek

Kijk in 'Opzet lesproject vleesveehouderij' hoe een bezoek aan een vleesveebedrijf of het bezoek van de veehouder op school kan worden voorbereid. Ga met de kinderen na wat ze willen weten. Schrijf de vragen op en spreek af wie de vragen stelt, aan wie je ze stelt en wie de antwoorden onthoudt. Ga na afloop met elkaar na of alle vragen beantwoord zijn.


Digiles

Gebruik bij de voorbereiding van het bezoek ook de educatieve filmpjes op de site van Het Kleine Loo. Ze zijn onderdeel van de digiles over vleesvee.



I. KRINGACTIVTEITEN


Wat heb je gegeten?

Vraag de kinderen wat ze gisteren hebben gegeten. Heel waarschijnlijk zullen ze dan ook 'vlees' en 'worst' noemen. Vraag welke soort vlees en welke soort worst ze lekker vinden en wanneer ze die eten. Moeten ze het van hun ouders eten of lusten ze het graag? Waarvan worden vlees en worst gemaakt? Waar wordt worst gemaakt? Waar koop je vlees en worst?


Vlees of geen vlees?

Nodig: plaatjes van gerechten.


Jonge kinderen hebben vaak nog moeite om te kunnen vertellen welke gerechten wel of geen vlees bevatten. Knip uit tijdschriften grote plaatjes van verschillende gerechten en voedingsmiddelen (vaak hebben supermarkten een eigen tijdschrift waar veel van dit soort plaatjes in staan).

Bekijk met de kinderen de plaatjes en laat ze vertellen wat ze zien. Laat de plaatjes sorteren in 'wel vlees' en 'geen vlees'. Als dat goed lukt kun je een onderverdeling maken in gerechten met varkensvlees, rundvlees en kip. Gebruik hiervoor een speelgoedvarken, -koe en -kip om duidelijk te maken om welke soort vlees het gaat. Wellicht zijn er kinderen in de groep die geen vlees willen of mogen eten. Vraag waarom dat is en wat ze in plaats van vlees eten.


1. Een varken in de kring

Nodig: een big stro eventueel een grote doos of een hok.


Vraag de varkenshouder of hij een big meeneemt naar school. Laat de big eerst een tijdje in de doos of het hok, zodat de kinderen en de big aan elkaar kunnen wennen. Zo kunnen de kinderen de big ook goed van dichtbij bekijken.

Let op

- de neus: Wijs de kinderen op de wroetschijf op de neus waarmee een varken goed en heel graag in de aarde wroet. Met zijn neus kan een varken ook heel goed ruiken.

- de ogen: Welke kleur hebben de ogen? Een varken kan niet goed zien.

- de stem: Welk geluid maakt de big? Wat zou hij ermee bedoelen? Maakt de big telkens hetzelfde geluid?

- de huid: Heeft de big overal haar? Hoe voelt de huid aan?

- de staart: Welke vorm heeft de staart? Wat doet de varkenshouder als de big wat ouder is? Waarom?

- het eten van de big: Wat eet een big als hij pas geboren is? Wat eet een big als hij wat ouder is? Waarvan is dat?


Praten over varkens

Nodig: informatieve boeken en plaatmateriaal over varkens stro varkensvoer uitwerpselen (aan de laatste twee kan de varkenshouder je helpen).


Vraag de kinderen wat ze over varkens kunnen vertellen. Stel dan vragen als:

- Wat eten en drinken ze? Eten ze elke dag hetzelfde?

- Bekijk de uitwerpselen. Kun je daaraan nog zien wat de varkens hebben gegeten? Waar ruiken de uitwerpselen naar?

- Waar blijven de dieren het hele jaar? Gaan ze wel eens naar buiten?

- Waarom worden varkens gehouden?

- Wat gebeurt er met varkens die verkocht worden? Wat gebeurt er met het vlees? Waarvoor wordt de huid gebruikt?



2. Een kalf in de kring

Nodig: een kalf strobalen.


Vraag de veehouder of hij een jong kalf mee naar school neemt. Op de speelplaats of in het speellokaal kan met strobalen een plek afgeschermd worden waar het kalf rustig kan staan. De kinderen kunnen op of achter de balen zitten.

Let op

de kop van het kalf: Welke kleur hebben de ogen? Hoe ziet de snuit eruit? Wat heeft het kalf in zijn oren zitten? Waarom is dat?

de tekening van de huid: Welke kleur(en) heeft de huid? Ziet het kalf er aan beide kanten hetzelfde uit?

het geslacht: Hoe kun je zien of het een stierkalf of een koekalf is?

het eten: Wat eet het kalf als het pas geboren is? Wat krijgt het als het wat ouder is?

Kalfjes zuigen graag. Laat het kalf aan je hand zuigen. Als kinderen zien dat het niet eng is, durven ze het zelf ook. Wat gebeurt er met het kalf als het groter wordt?


Praten over rundvee

Nodig: informatieve boeken en plaatmateriaal over rundvee gras hooi ingekuild voer en uitwerpselen (aan de laatste drie kan de veehouder je helpen).

Vraag de kinderen wat ze over koeien, kalveren en stieren kunnen vertellen. Stel dan vragen als:

- Waarom worden koeien, kalveren en stieren gehouden?

- Wat gebeurt er met de dieren die verkocht worden? Wat gebeurt er met het vlees? Waarvoor wordt de huid gebruikt?

- Wat eten ze? Eten ze elke dag hetzelfde? Eten ze 's zomers hetzelfde als 's winters? Laat de soorten voer zien, ruiken en voelen. Gras is moeilijk te verteren en daarom moeten de dieren er een paar keer op kauwen. Doe het herkauwen voor en laat de kinderen het nadoen. Bekijk de uitwerpselen. Kun je daaraan nog zien wat de dieren hebben gegeten? Waar ruiken de uitwerpselen naar?

- Waar blijven de dieren het hele jaar?


- Wat krijgen de dieren 's winters te eten? De veehouder heeft 's zomers gras gemaaid en dat in of onder plastic bewaard. Dat doet hij ook met maïsplanten die hij in kleine stukjes hakt en ook onder plastic bewaart. Dat voer krijgen de dieren 's winters samen met hooi en brokken.


Gras

Nodig: een schep een pol gras een bloembak aarde een gieter een loep een schaar.


Schep een flinke pol gras uit een grasveld of vraag de veehouder om een pol gras. Bekijk de pol gras met de kinderen. Welke kleur hebben de wortels van het gras? Zijn het lange of korte wortels? Bekijk de wortels met de loep. Zitten er bodemdiertjes tussen? Hoe heten ze? Hoe zien ze eruit? Hoeveel poten hebben ze?


Trek voorzichtig een grasplantje uit de pol. Hoeveel blaadjes heeft de plant? Hoe zien de blaadjes eruit? Misschien staat een grasplantje in bloei. Wijs de kinderen op de kleine bloemetjes die bijna niet te zien zijn.

Geef elk kind een aantal grassprietjes. Waar ruikt gras naar? Zijn alle sprietjes even lang? Hoe ziet de bovenkant eruit? Wrijf de sprieten goed tegen elkaar. Wat gebeurt er? Wat is dat natte groene water dat uit de sprieten komt?

Zet de pol in een bloembak en vul de bak met aarde. Geef voldoende water om te voorkomen dat het gras uitdroogt. Een koe eet graag gras. Ze slaat haar tong om een pol gras en snijdt met haar acht tanden in de onderkaak het gras af. Het gras groeit gewoon door. Doe dit na door met de schaar het gras af te knippen. Kijk elke dag of het gras weer aangroeit.



II. WERKLESSEN


Een koe of een varken van een doos

Nodig: een (schoenen)doos een potlood een schaar witte bruine zwarte en roze verf een potlood.


Kijk hier voor het voorbeeld.

Teken op de lange zijkanten van de doos de buik en de poten van de koe en op de korte kanten de kop en de staart. Knip de koe uit. Vouw de zijkanten plat en geef de koe met verf zwarte, witte of bruine vlekken. Geef haar ook ogen en een snuit. Vouw als de verf goed droog is de zijkanten weer terug zodat de koe kan staan.

Een varken kan op dezelfde manier gemaakt worden als een koe. Teken op de lange zijkanten van de doos de buik en de poten en op de korte kanten de kop en de staart. Knip het dier uit. Vouw de zijkanten plat en verf het dier in de goede kleur. Geef het ook ogen en een snuit. Laat alles goed drogen. Vouw als de verf droog is de zijkanten weer terug zodat het varken kan staan.

Van kleinere dozen kunnen kalfjes of biggen gemaakt worden.


Een koe van papier

Nodig: grote vellen papier zwarte of bruine verf roze en witte verf kwasten een spons schotels een schaar lijm.


Doe de verf op de schotels. Maak met de spons bruine of zwarte vlekken op het papier. Laat alles goed drogen. Teken op de achterkant een koe en knip deze uit. Plak de koe op een nieuw vel en verf er details bij zoals de uier en de snoet. Verf langs de onderkant van het vel grassprieten zodat het lijkt alsof het dier in het gras staat. Van stukken papier die over zijn kan op dezelfde manier een kalfje gemaakt worden.


Samen een koe of een varken maken

Nodig: grote vellen papier potloden verf kwasten of penselen foto's van koeien of varkens.


Verdeel de kinderen in tweetallen. Samen maken ze één koe of varken. Ze overleggen met elkaar hoe het dier eruitziet. Zo nodig gebruiken ze de foto's om nog eens nauwkeurig naar de dieren te kijken. Met potlood maken ze eerst een schets. Daarna verven ze samen het dier. Hang de werkstukken op.


Een varken vouwen

Nodig: roze vouwblaadjes een viltstift blokken.

Kijk hier voor het voorbeeld.

Maak een vouwreeks en hang hem op. Zo kunnen de kinderen de stadia goed zien en namaken. Teken met de stift de ogen en de snuit van het varken. Bouw met de blokken de hokken. Varkens leven graag in groepen van ongeveer tien dieren. Zorg dat de hokken zo groot worden, dat ze zich goed kunnen bewegen. In de hokken hebben de varkens aparte hoeken waar ze hun behoefte kunnen doen en hoeken waar ze slapen. Op sommige varkensbedrijven kunnen de varkens naar buiten. Maak in het varkenshok ook een deur, en een omheining, zodat de varkens naar buiten kunnen.


De gebouwen van een vleesveehouderij

Nodig: grote vierkante vellen papier van minstens 20 bij 20 cm een schaar lijm.

Kijk hier voor het voorbeeld.

Maak eerst de gebouwen, zoals: een woonhuis een schuur en de stallen. Doe dat als volgt: Vouw een vierkant vel papier in zestien vierkantjes en knip de zijkanten in, zoals in het voorbeeld staat. Vouw er een gebouw van en plak de zijkanten vast. Teken of knip er deuren en/of ramen in.


Hapjes met worst

Nodig: verschillende soorten worst cocktailprikkers komkommer fruit augurken enzovoort.


Maak met de kinderen van tevoren een lijstje met soorten worst die ze lekker vinden. Bekijk in de supermarkt of in de slagerij de diversiteit aan vlees en vleesproducten. Laat de kinderen verschillende soorten worst uitzoeken. Een aardige slager zal de kinderen zeker laten proeven!

Koop meteen de andere ingrediënten die je nodig hebt voor de hapjes. Bewaar de worst in de koelkast en haal de worst eruit vlak, voordat je de hapjes klaarmaakt. Bedenk met de kinderen combinaties van worst en de andere ingrediënten. Laat de kinderen de hapjes klaarmaken.

Omhoog