INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

PADDENSTOELENTEELT, Lessen onderbouw


Doelstellingen

Na het project kunnen de kinderen vertellen:

- wat paddenstoelen zijn

- hoe paddenstoelen groeien

- hoe paddenstoelen zich vermeerderen

- hoe eetbare paddenstoelen smaken.


Werkwijze

Gedurende een à twee weken wordt een aantal dagen aandacht besteed aan het project. Hoe lang dat per dag gebeurt, hangt onder meer af van de activiteit die wordt gekozen de samenstelling van de groep en de inbreng van de kinderen. De activiteiten waaruit gekozen kan worden zijn verdeeld in kring- en werkles-activiteiten. Het is niet noodzakelijk dat alle activiteiten gedaan worden.


Het bezoek

In 'Opzet lesproject paddenstoelenteelt' staat hoe een bezoek aan de paddenstoelenkwekerij (meestal een champignonkwekerij) of het bezoek van de kweker op school kan worden voorbereid. Ga met de kinderen na wat ze willen weten. Schrijf de vragen op en spreek af wie de vragen stelt aan wie je ze stelt en wie de antwoorden onthoudt. Ga na afloop met elkaar na of alle vragen beantwoord zijn.



I. Kringactiviteiten


1. Praten over paddenstoelen

Nodig: verschillende soorten eetbare paddenstoelen (van elke soort enkele stuks die verschillen in grootte), afbeeldingen van paddenstoelen.


Lees de achtergrondinformatie door en schrijf kort op wat je de kinderen over paddenstoelen wilt vertellen. Laat de afbeeldingen van paddenstoelen zien en vraag de kinderen wat ze over paddenstoelen kunnen vertellen.

Laat nu de eetbare paddenstoelen zien en in de kring doorgeven.

- Weten de kinderen hoe ze heten?

- Wie heeft ze wel eens gegeten?

- Vonden ze de paddenstoelen lekker?

- Kunnen alle paddenstoelen gegeten worden?

- Hoe weet je dat je ze kunt eten? (Paddenstoelen die je in de winkel koopt kun je eten.)

- Hoe groeien paddenstoelen?

- Zijn er altijd paddenstoelen?

- Hoe komen er nieuwe paddenstoelen?


2. Kijken naar paddenstoelen

Nodig: champignons van verschillende grootte, oesterzwammen (het liefst in een cluster), een mesje.


Laat de champignons zien. Laat ze daarna doorgeven en vraag de kinderen hoe ze aanvoelen. Wat gebeurt er als ze zachtjes in een champignon knijpen?

Laat de kinderen aan de champignons ruiken. Waar ruiken ze naar? Welke kleur hebben ze? Zijn ze overal helemaal wit?

Laat de cluster oesterzwammen zien. Hoeveel oesterzwammen zijn het? Zijn ze allemaal even groot? Hoe zitten ze aan elkaar vast?

Snijd een oesterzwam van het cluster los. Kijk goed naar de hoeden van de oesterzwam en de champignon. Wat zijn de verschillen?

Kijk onder de hoeden van beide paddenstoelen. Wat zien de kinderen? Ruiken de paddenstoelen hetzelfde? Voelen ze hetzelfde aan? Heeft de oesterzwam een even lange steel als de champignon? Snijd alle oesterzwammen los en tel hoeveel paddenstoelen het zijn. Laat ze op volgorde van klein naar groot leggen. Doe dit laatste ook met de champignons.


3. Sporenafdruk maken

Nodig: een (grote) open champignon een mesje een wit vel papier een glas dat over de champignon past.


Snijd voorzichtig de steel van de champignon. Laat de kinderen de onderkant van de champignon goed bekijken. Wijs ze op de plaatjes (lamellen). Kunnen ze ze tellen?

Snijd eventueel de onderkant van de hoed een beetje open, zodat de plaatjes goed zichtbaar zijn. Leg de hoed op het vel papier en zet het glas er overheen.

Laat alles een paar dagen staan. Haal dan het glas weg en til de champignon voorzichtig op. Op het papier zie je nu bruin poeder. Dit zijn de sporen van de champignon. Uit deze sporen kan, als ze op de aarde vallen, weer nieuw mycelium groeien, dat weer nieuwe champignons voortbrengt.


4. Champignons kweken

Nodig: een kweekbak met compost en mycelium van de paddenstoelenkweker, een plantenspuit.


Vraag de paddenstoelenkweker hoe de champignons verzorgd moeten worden. Schrijf dit op een groot vel en maak dit met pictogrammen duidelijk.

Laat de kinderen de handelingen uitvoeren en maak een verslag van de groei van de champignons. Dit kan ook met behulp van tekeningen.

Oogst de champignons door ze met een draaiende beweging los te draaien anders beschadig je het mycelium. Maak met de champignons iets lekkers klaar (zie bij werklessen onder 7).


5. De groei van paddenstoelen

Nodig: witte wol, paddenstoelenmutsen (zie werkles 6).


Vertel een verhaal over een paddenstoel die zijn sporen weg laat waaien door de wind. Uit elke spore groeien lange witte draden. (Leg op de grond lange witte draden).

In de zomer als het warm is, groeien de draden heel hard. (Leg nog meer draden neer). In de herfst wordt het kouder en maken de draden knoppen.

Wijs een paar kinderen aan die in elkaar gedoken op de grond gaan zitten. Als het gaat regenen, groeien de paddenstoelen snel. (De kinderen staan langzaam op en maken zich langer).

In hun hoed hebben ze heel veel sporen zitten die ze weg laten waaien door de wind.

Als hun hoeden leeg zijn verschrompelen ze. (De kinderen maken zich weer klein).

Uit de sporen groeien lange witte draden....... en het verhaal kan weer opnieuw beginnen.



II. Werklessen


1. Champignons van papier-maché

Nodig: kranten- of toiletpapier, behangersplaksel, schotels en/of schalen van verschillend formaat, kartonnen kokers (toilet- of keukenrollen, kokers van posters), witte verf, kwasten.

Kijk hier voor het voorbeeld.


Laat de kinderen de kranten in stukjes scheuren of de velletjes van de toiletrol losmaken.

Maak het behangersplaksel aan en doe het in een grote bak. De kinderen smeren het plaksel op de velletjes papier en plakken die op een schotel of op de binnenkant van een schaal. Dit wordt de hoed van de champignon.

Als er een dikke laag is vastgeplakt, zetten ze de koker of een stuk ervan in het midden van de schotel of schaal.

Met het papier en het plaksel plakken ze de steel vast aan de hoed. Nu maken ze ook de onderkant van de hoed.

Laat de champignons goed drogen.

Haal de schotels of de schalen er af. Laat de champignons verven.

Zet de champignons dicht tegen elkaar aan. Zo groeien ze ook op het bedrijf.


2. Paddenstoelen van klei

Nodig: natuurklei, witte en bruine verf, kwasten en dunne penselen, satéprikkers, champignons en oesterzwammen.


Laat de kinderen de champignons en de oesterzwammen goed bekijken. Wijs ze op de verschillen tussen beide paddenstoelen. Let op de vorm van de hoed, de lamellen, de steel en de grootte. Verdeel de klei en laat de kinderen de paddenstoelen namaken.

Smeer bij elke paddenstoel de hoed goed vast op de steel. Kerf met een satéprikker de lamellen aan de onderkant van de hoeden.

Laat de paddenstoelen goed drogen en verf ze in de juiste kleuren.

Vul een brede platte bak met aarde en zet de champignons in de aarde. Leg een stuk boomstam in de bak en zet daar de oesterzwammen op. Zet er ook echte paddenstoelen tussen. Ziet iemand het verschil tussen de echte en de namaakpaddenstoelen?


3. Paddenstoelen sjabloneren

Nodig: afbeeldingen van paddenstoelen, stevig papier, een potlood, een schaar, lange stroken papier, verf, tamponeerkwasten.


Bekijk met de kinderen de afbeeldingen van de paddenstoelen.

Teken op het stevige papier een paddenstoel en knip hem zo uit dat de omtrek heel blijft.

Leg de sjabloon op de strook en tamponeer met de kwast de vorm vol met verf.

Haal de sjabloon er voorzichtig af.


4. Champignons onder en boven de grond

Nodig: een lang stuk behangpapier, zwarte, bruine en witte verf, kwasten, witte wol, behangersplaksel, schotels, plakband.


Vertel de kinderen hoe het mycelium onder de grond groeit en hoe de champignons boven de grond komen. Dit verhaal gaan de kinderen nu schilderen.

Plak het behangpapier met plakband op de tafel vast om te voorkomen dat het oprolt.

Verdeel het papier in de lengte doormidden en laat de onderkant zwart verven. Dit is het gedeelte onder de aarde. Laat de verf goed drogen.

Knip lange witte draden en haal deze door het behangersplaksel. Leg de draden op de zwarte verf. Laat de draden goed drogen. De draden van het mycelium kunnen ook met witte verf geschilderd worden.

Verf op het bovenste gedeelte de verschillende stadia van de paddenstoelen. Teken of verf eventueel dieren die paddenstoelen eten, zoals slakken, eekhoorns, kevers, konijnen, reeën en muizen.


5. Een paddenstoelenkwekerij

Nodig: bouwstenen, tegels, paaltjes, kubussen, halve kubussen, bouwplankjes, foto's of tekeningen van een paddenstoelenkwekerij, droge aarde, kleine balletjes, piepschuim.


Bekijk met de kinderen de foto's of de tekeningen. Nog beter is het om met de kinderen naar een bedrijf te gaan en de bedden en de gebouwen te bekijken.

Laat de kinderen de bedden bouwen en met de aarde en het piepschuim vullen. Om de bedden kunnen de cellen gebouwd worden. Twee grotere bouwplankjes dienen als deur die je open moet doen om een kijkje in de cellen te nemen.


6. Paddenstoelenmuts

Nodig: een brede strook wit of bruin karton of stevig papier, wit of bruin crêpepapier, een nietmachine.


Maak van de brede strook een koker en neem de maat van het hoofd van het kind.

Knip een groot vierkant stuk crêpepapier. Met het witte papier kan een witte champignon gemaakt worden, met het bruine papier een kastanjechampignon.

Niet de punten van het vierkant aan de bovenkant van de koker vast. Het crêpepapier wordt de hoed van de paddenstoel.

Niet de rest van het crêpepapier aan de bovenkant van de koker vast en breng de hoed in model.


7. Champignonsoep

Nodig: champignons, een zacht borsteltje of stukjes keukenrol, een mesje, een snijplank, een koekenpan of gourmetstel, boter, spatels, een pan water, een pakje champignonsoep, een kookplaatje, soepkommen, lepels.


Borstel de champignons of wrijf ze met een stukje keukenrol schoon.

Snijd de champignons in dunne plakjes en bak ze in de koekenpan of in de pannetjes van het gourmetstel.

Maak in de grote pan de champignonsoep volgens de gebruiksaanwijzing klaar. Doe de gare champignons erbij en laat de soep even trekken. Schep de soep in de kommen.


8. Werkblad: 'Zo groeien paddenstoelen'

Nodig: een aantal kopieën van het werkblad 'Zo groeien paddenstoelen', een wit kleurpotlood, een zwart potlood, een schaar, lijm.


Met dit werkblad zien kinderen hoe de schimmelplant onder de grond groeit. Het werkblad kan aan kleine groepjes aangeboden worden.

Bekijk met de kinderen het blad en laat ze vertellen wat ze zien.

Leg uit wat ze moeten doen en laat een kind de opdracht herhalen. Met het witte kleurpotlood tekenen ze de myceliumdraden. Daarna knippen ze de paddenstoelen los die aan de zijkant zijn getekend. Laat de paddenstoelen op volgorde leggen.

Laat daarna de paddenstoelen boven de aarde plakken. Eventueel tekenen de kinderen er nog meer paddenstoelen bij.

Omhoog