INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

BLOEMEN/PLANTEN ONDER GLAS, Lessen onderbouw


Doelstellingen

Na het project kunnen de kinderen vertellen:

- dat kamerplanten en sierbloemen in kassen geteeld worden

- hoe bloemen en planten in elkaar zitten

- hoe kamerplanten vermeerderd kunnen worden

- wat bij teelt van bloemen en planten onder glas de belangrijkste werkzaamheden van een teler zijn.


Werkwijze

Gedurende een à twee weken wordt een aantal dagen aandacht besteed aan het project. Hoe lang dat per dag gebeurt, hangt onder meer af van de activiteit die wordt gekozen, de samenstelling van de groep en de inbreng van de kinderen. De activiteiten waaruit gekozen kan worden, zijn verdeeld in kring- en werkles-activiteiten.


Het bezoek

Kijk in 'Opzet lesproject bloemen/planten onder glas' hoe een bezoek aan het bedrijf of het bezoek van de teler op school kan worden voorbereid. Ga met de kinderen na wat ze willen weten. Schrijf de vragen op en spreek af wie de vragen stelt, aan wie je ze stelt en wie de antwoorden onthoudt. Ga na afloop met elkaar na of alle vragen beantwoord zijn.



I. Kringactiviteiten


1. Hoe zit een bloem in elkaar?

Nodig: bloemen, een loep.


Bekijk met de kinderen de bloemen. Hoe heten de bloemen? Welke bloem is het grootst? Welke het kleinst? Welke kleuren hebben de bloemen? Welke bloem vinden de kinderen het mooist? Waarom? Benoem de delen van de bloem. Haal een bloem uit elkaar. Tel de bloemblaadjes. Laat de kinderen de stempel en de meeldraden van dichtbij bekijken. Laat ze één voor één de meeldraden aanraken. Geven ze af? Welke kleur? Bijen en andere insecten zijn dol op dit stuifmeel en ook op de nectar die onderin de bloem zit.

Leg de delen van de bloemen bij elkaar zodat de kinderen er nog eens naar kunnen kijken.


2. Ruiken aan bloemen

Nodig: verschillende soorten bloemen, een blinddoek.


Laat de kinderen aan de bloemen ruiken. Ruiken alle bloemen hetzelfde? Welke bloem vinden ze het lekkerst ruiken? Vinden alle kinderen dat? Blinddoek een kind en laat het aan één van de bloemen ruiken. Doe de blinddoek weer af en vraag het kind aan welke bloem het heeft geroken. Klopt het?


3. Kamerplanten

Nodig: verschillende soorten kamerplanten, een kamerplantenboek.


Verzamel verschillende soorten kamerplanten. Let op verschillende groottes, bladvormen, planten met en zonder bloemen, behaarde en gladde bladeren, kleuren, klim-, hang- en rechtgroeiende planten, enzovoort. Let op dat er geen giftige planten bij zijn.

Zoek in het kamerplantenboek de namen van de planten op. Zet de kamerplanten naast elkaar en laat de kinderen de planten met elkaar vergelijken. Wijs ze op de verschillende kleuren, de bladvormen, de grootte van de planten, de manier van groeien, of ze wel of geen bloemen hebben, enzovoort. Zijn de bladeren van een plant allemaal even groot? Hebben de bladeren allemaal dezelfde kleur?


4. Planten drinken water

Nodig: kamerplanten, schotels, een gieter, water.


Laat de potgrond van een kamerplant een beetje uitdrogen. Haal de plant uit de pot en bekijk met de kinderen de wortels van de plant. Kijk hoe lang ze zijn en hoe ze zich vertakken. Met deze wortels nemen de planten water op dat naar de stengel(s), de bladeren en de bloemen gaat. Doe de plant weer in de pot en zet de pot op een schotel. Giet op de schotel water en kijk wat er gebeurt. Binnen korte tijd is het water door de wortels opgezogen.


5. Stekken

Nodig: een kamerplantenboek, kamerplanten, een scherp mesje, glazen potten, water, bloempotten, aarde.

Kijk hier voor het voorbeeld.


Gebruik kamerplanten die gemakkelijk gestekt kunnen worden, zoals een Kaaps viooltje, een begonia, een moederplantje, een tradescantia, een siernetel, een sierlelie, een parapluplant, een kalanchoë, een citroengeranium, enzovoort. Kijk in een kamerplantenboek of de planten niet giftig zijn.

Bekijk de planten met de kinderen en vertel hoe ze heten. Vraag waar je planten kunt kopen. Waarschijnlijk zullen ze zeggen: "Bij de bloemenwinkel".

Vertel hoe de planten in de kas worden gekweekt. Dit gebeurt voor het grootste deel door stekken van de planten te nemen. Pas als ze groot genoeg zijn om ze te verkopen, gaan ze naar de bloemenwinkel.

Lees in het kamerplantenboek hoe de planten gestekt moeten worden of vraag de teler om advies. Stek de planten en kijk regelmatig of de stekken het goed doen. Bekijk met de kinderen de wortels die aan de stekken komen. Zet de stekken in de aarde, geef ze een goede plaats in de klas en verzorg ze met de kinderen.



II. Werklessen


1. Een bloemenvaas met bloemen

Nodig: een melkpak, een schaar, toiletpapier, behangersplaksel, verf, kwasten, bloemen.


Spoel het melkpak goed uit en knip de bovenkant eraf. Smeer stukjes toiletpapier in met behangersplaksel en plak de stukjes op de vaas. Door meerdere lagen over elkaar te plakken, kun je structuur op de vaas aanbrengen. Laat de vaas goed drogen en verf hem. Doordat het melkpak waterdicht is, kunnen er echte bloemen in gedaan worden.


2. Gevlamde tulpen

Nodig: grote vellen wit papier, verschillende kleuren verf, dikke kwasten, een potlood, lijm, een schaar, papier om de tulpen op te plakken.


De tulpen die wij kopen, worden in de kas geteeld. De tulpen op de bollenvelden worden niet voor de bloemen, maar voor de bollen geteeld. Tijdens de bloei worden de koppen van de tulpen er afgehaald.

Behalve effen gekleurde tulpen, bestaan er ook tulpen die gevlamd zijn. Kies voor rood gevlamde tulpen rode en gele verf, voor paars gevlamde tulpen blauwe en rode verf, en voor wit gevlamde tulpen witte verf en een andere kleur verf. 

Smeer met dikke kwasten een groot vel papier willekeurig in met de twee kleuren verf. Laat hier en daar de kleuren in elkaar overlopen. Laat de verf goed drogen. Teken op de achterkant tulpen en knip ze uit. Verf ook een vel groen. Teken hierop de bladeren van de tulp en knip ze uit. Leg de bloemen en de bladeren op een ander vel en plak ze vast als ze naar je zin liggen.


3. Uitvouwbare bloemen

Nodig: een groot vel papier, gekleurd papier, een prikpen, splitpennen, een schaar, lijm.


Knip vijf of zes bloemblaadjes en leg ze op elkaar. Prik in de onderkant een gaatje en steek hier een splitpen door. Maak de bloemblaadjes en de splitpen vast op het grote vel. Knip van groen papier een stengel en bladeren en plak ze onder de bloemblaadjes. De bloemblaadjes kunnen open- en dichtgedraaid worden. Plak er bijen bij die graag de bloemen bezoeken.


4. Een kas

Nodig: een foto van een kas, klei (of plasticine), saté-prikkers, huishoudfolie of doorzichtig plastic, een schaar, plakband, stevig karton, crêpepapier.

Kijk hier voor het voorbeeld.


Bekijk met de kinderen de foto van de kas. Vraag waar de kas op lijkt (een glazen huis). Vertel dat in zo'n glazen huis bloemen en planten groeien die het buiten te koud vinden. Door de ramen kan de zon goed naar binnen schijnen en wordt het in de kas lekker warm. Daardoor groeien de planten goed.

Laat de kinderen van de klei kleine balletjes maken. Die balletjes gebruiken ze om de saté-prikkers met elkaar te verbinden. Als het skelet van de kas klaar is, kan de folie of het plastic er overheen gedaan worden. Hierbij zullen de kinderen hulp nodig hebben. Maak van het crêpepapier bloemen en planten die in de kas gezet worden. Zet de kas op het karton.


5. Bloemen- en plantenwinkel

Nodig: verschillende soorten bloemen en planten, bloempotten in verschillende maten, vazen, bakjes om bloemstukjes te maken, oasis, kleine kisten of dozen, een tafel of een plank met een paar kisten, inpakpapier, een kassa.


Maak met de kinderen een lijst met materialen die nodig zijn om een bloemen- en plantenwinkel in te richten. Verzamel de materialen en roep daarbij ook de hulp van de ouders in.

Maak in de klas plaats voor de winkel en richt hem met de kinderen in. De teler kan misschien voor bloempotten, inpakpapier en verschillende bloemen en planten zorgen. Doe voor hoe de kinderen de bloemen en planten moeten verkopen, verpakken en afrekenen.


6. Lieveheersbeestjes en bladluizen

Nodig: grote vellen papier, verf, kwasten en dunne penselen, lege walnoten, lijm, groen vloeipapier.


Planten, dus ook de planten in de kas, worden bezocht door insecten. Soms kunnen die insecten een ware plaag veroorzaken. Toch is ingrijpen door de mens niet altijd nodig. Lieveheersbeestjes bijvoorbeeld houden planten vrij van bladluizen.

Beschilder met dunne penselen en rode verf de walnootdoppen en laat ze goed drogen. Verf op grote vellen papier bloemen en potplanten.

Schilder er, als de walnootdoppen droog zijn, met zwarte verf de schilden en de stippen op. De kinderen plakken de doppen op de bloemen of de planten en verven de dunne pootjes van de lieveheersbeestjes ernaast.

Van groene stukjes vloeipapier worden propjes gemaakt en op de bloemen geplakt. Dit zijn de bladluizen die door de lieveheersbeestjes worden opgegeten.


7. Werkblad 'Een bloemen- en plantenkas'

Nodig: voor elk kind: het werkblad 'Een bloemen- en plantenkas', een schaar, lijm, kleurpotloden.


Met dit werkblad maken de kinderen een kas waarin bloemen en planten worden geteeld. Bekijk met de kinderen het werkblad. Ze kleuren eerst de bloemen en de planten die op het werkblad getekend zijn. Daarna knippen ze op de kniplijnen en plakken ze de kas in elkaar. Wat is er in de kas allemaal te zien? Welke bloemen en planten worden er geteeld?

Zet de kassen bij elkaar: zo krijg je vanzelf een 'glazen stad'.


8. Werkblad 'Een boeketje bloemen'

Nodig: voor elk kind: het werkblad 'Een boeketje bloemen', kleurpotloden of viltstiften, een schaar, lijm, stokjes, rietjes of chenilledraad.


Op dit werkblad staan de voor- en achterkant van bloemen afgebeeld. De kinderen bekijken de bloemen, zoeken de voor- en achterkant van elke bloem op en kleuren die. Daarna knippen ze de bloemen uit. Voordat ze de voor- en achterkant tegen elkaar plakken, steken ze er een stokje of een rietje tussen.

Als alle bloemen klaar zijn, hebben ze een mooi boeket bij elkaar. Voor meer bloemen kunnen ze nog een werkblad maken.

Omhoog