INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

Achtergrondinformatie boomkwekerij


Boskoop is sinds de achttiende eeuw het belangrijkste boomkwekerijgebied van Nederland. Het is ook het grootste aaneengesloten boomkwekerijgebied ter wereld. Boskoop is overigens niet het enige Nederlandse boomkwekerijgebied. Vooral in Noord-Brabant en in Gelderland (bij Opheusden) heeft de boomteelt zich snel ontwikkeld. Daar worden vooral park- en laanbomen (die straten en plantsoenen sieren) en bos- en haagplantgoed geteeld. Ook Limburg heeft boomkwekerij. De telers daar zijn gespecialiseerd in rozen. In Noord-Groningen worden rozenonderstammen geteeld. Er zijn ongeveer 3.400 boomkwekerijbedrijven. Ze telen vijftienduizend verschillende planten. Dat gebeurt grotendeels in de openlucht, maar er wordt ook in kassen geteeld. Een aparte tak van deze branche is de teelt van vaste planten.



De Nederlandse boomkwekerij heeft een geschiedenis van ruim vijf eeuwen. De streek rondom Boskoop is het oudste boomkwekerijgebied van Nederland. Dat is te danken aan de abdis van het klooster in Rijnsburg. Boskoop was een bezitting van dat klooster. Toen in de Middeleeuwen de veenlaag in het westen van Nederland werd weggegraven om turf te winnen, bleef het veen in Boskoop behouden: de abdis verbood het turfgraven. Boskoop had interessantere dingen te bieden dan turf, moet ze hebben gedacht. 


Enten

De Boskopers teelden op hun tien tot vijftien meter dikke veenlaag bomen, die ze nodig hadden voor schaduw en als windkering. Sommige Boskopers wisten bovendien hoe vruchtbomen moeten worden geënt. Enten is het met elkaar laten vergroeien van twee planten tot één plant. Op de sterke stam van de ene plant wordt een plant geënt die een mooie bloesem geeft, maar geen sterke stam heeft. De verschillende entmethoden die worden toegepast zijn ouder dan de Boskoopse boomteelt. 

Voor onze jaartelling schijnt in het Verre Oosten de kunst van het enten al te zijn toegepast.


Vruchtbomen

De abdis had goede ervaring met de Boskoopse vruchtbomen. Daarom kocht ze herhaaldelijk Boskoopse bomen voor haar boomgaarden, die ze voortdurend vergrootte en verbeterde. Waarschijnlijk door mondreclame van de abdis voor de Boskoopse bomen groeide de vraag naar deze producten. En niet alleen naar vruchtbomen.

In het verleden was de boomteelt iets dat een boer erbij deed. Dat gebeurt nog wel. Maar al eeuwen geleden waren er mensen die zich in die teelt specialiseerden. De eerste vermelding van zo'n specialist dateert uit 1560. Het was een Boskoper. 


Handel

Veel boomkwekers doen zelf de verkoop van hun producten. Ook aan klanten in het buitenland. Maar er zijn ook gespecialiseerde handelshuizen, een beurs en veilingen.

Ook tuincentra zijn goede afnemers. Nederlandse boomkwekerijproducten worden naar zeventig landen geëxporteerd, voor een waarde van bijna een half miljard euro.

In ons eigen land wordt vooral verkocht aan gemeenten en instellingen die zich met groenvoorziening bezig houden. En de boomkwekers hebben natuurlijk ook heel wat particuliere tuinliefhebbers als klant.


Het bedrijf

Het land van een boomkwekerij is een groene lappendeken. Dat komt door de vele soorten bomen en planten die elk hun eigen perceel hebben. Het meeste werk van de boomkweker wordt in de buitenlucht gedaan, bij weer en wind. Maar ook in de schuur kan het druk zijn. Daar worden bijvoorbeeld bomen en planten geënt en opgebonden voor het transport.


Buitenlandse soorten

Veel van de planten in de boomkwekerij zijn als zaadje of stekje uit andere landen gehaald. Soms gebeurde dat al lang geleden. Reizigers brachten die mee. In de negentiende eeuw was de Duitse arts Von Sieboldt als chirurgijn-majoor verbonden aan het Nederlandse leger. Daardoor kwam hij in de koloniën van Nederland in het Verre Oosten, maar hij bezocht ook andere landen in Azië. Hij had veel belangstelling voor planten. Op zijn reizen verscheepte hij 730 soorten planten (meer dan drieduizend exemplaren) en meer dan vierhonderd soorten zaden naar Nederland.

Nog steeds komen er nieuwe planten uit het buitenland. Een boomkweker die een vakantiereis maakt brengt vaak stekjes mee terug van een interessante plant die hij in het buitenland tegenkwam.


De teelt

In januari en februari vermeerdert de boomkweker zijn plantjes. Hij ent ze. Takjes van een plant worden op de onderstam van een andere gezet. (Zie het filmpje 'Groeien alle bomen uit een zaadje?')

Van maart tot eind mei worden de geënte plantjes uit de kas buiten uitgeplant.

In de zomer worden bij sommige planten stokken gezet om ze te steunen. Klimplanten worden opgebonden, bomen en planten worden gesnoeid en als het te droog is worden ze beregend. Onkruid wordt verwijderd en schadelijke insecten worden bestreden. 

In augustus en september worden weer plantjes vermeerderd.

Ook in de boomkwekerij worden duurzame teeltmethoden ontwikkeld. Dat betekent: er wordt gewerkt op een manier die zo weinig mogelijk het milieu aantast. Tegen vraatzuchtige beestjes worden hun natuurlijke vijanden in het veld gebracht. Als die onvoldoende helpen, worden gewasbeschermingsmiddelen gebruikt die niet schadelijk zijn voor nuttige insecten. 


Bomen rooien

Van najaar tot voorjaar worden de meeste bomen voor de verkoop gerooid. De bomen zijn dan 'in winterrust' en kunnen goed worden vervoerd. Met de schop worden ze uit de grond gestoken. De kunst is om daarbij een mooie kluit te maken. Dat lukt door de boom vooraf meerdere malen te verplanten. Zo vormt de kluit kleine haarwortels en kan op de uiteindelijke plaats beter aangroeien. De kluit waarin de wortels zitten, wordt in gaas verpakt of in een pot gezet. Zo wordt een boompje afgeleverd.

Voor heel grote en zware bomen gebruikt de boomkweker een machine.


Snoeien en bemesten

Als de grootste drukte in het najaar voorbij is moet er worden gesnoeid en bemest. In de winter moeten de planten worden beschermd tegen vorst. Een paar avonden per week zit de boomkweker achter zijn computer om de administratie bij te werken.


Machines

In de boomkwekerij is veel gemechaniseerd. Soms is het idee voor een machine afkomstig van een boomkweker. Voor het rooien zijn ook machines ontwikkeld. Verder worden er plantmachines, oppotmachines, spuitapparatuur en beregeningsinstallaties gebruikt.


Containerteelt

Toen er steeds meer tuincentra kwamen, is de pot- en containerteelt tot ontwikkeling gekomen. Dit is de teelt in plastic potten of plastic zakken van allerlei grootte. Grond van elke gewenste samenstelling kan daarin worden meegegeven aan de planten.

Ook is het hierdoor mogelijk dat planten in elk stadium van hun groei of zelfs bloei worden gekocht en gepoot. Er hoeft niet meer te worden gewacht tot de planten in winterrust zijn.

Dankzij de containerteelt hoeven boomkwekers nauwelijks meer grondontsmettingsmiddelen te gebruiken. De kans dat ziekten zich kunnen verspreiden onder bomen en planten, wordt door deze teeltmethode beperkt.


Vaste planten

Ongeveer duizend bedrijven houden zich bezig met de teelt van vaste planten. Volgens de encyclopedie is het kenmerk van vaste planten, dat ze in de winter afsterven en in het voorjaar uit de wortelstok weer opkomen. Maar in de praktijk worden er ook allerlei bodembedekkers toe gerekend, siergrassen en varens. Bovendien telen de vasteplantenkwekers ook wel halfheesters, zoals lavendel.

De teelt van vaste planten is ontstaan als bijteelt van de boomkwekerij. Meer dan een halve eeuw waren vaste planten niet meer dan een bijproduct. Maar de vasteplantenteelt werd zo sterk gespecialiseerd, dat er niet veel boomkwekers zijn die dit er nog bij doen.


Vermeerdering

Vaste planten zijn kruidachtigen. Daarmee kan de teler meer kanten op dan met de houtachtige planten van de boomkwekerij. Die binden hem veel meer aan vaste perioden voor bijvoorbeeld het stekken. Ook telen de kwekers uit zaad vaak éénjarige bloeiende perkplanten, zoals het viooltje, de primula en de begonia. 

Vaste planten kunnen vrijwel het hele jaar door worden gestekt. Ze vereisen geen aparte grondsoort.

Vasteplantentelers zijn in het hele land gevestigd. Er zijn er wat meer gevestigd in Boskoop en in de Bollenstreek, want vroeger teelden veel bloembollentelers ook vaste planten.

Omhoog