INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

BOOMKWEKERIJ, Lessen bovenbouw


Doelstellingen

Na de drie lessen over het kweken van bomen, heesters en vaste planten kunnen de kinderen:

- een aantal verschillen tussen een boom een struik en een vaste plant noemen

- een aantal functies van bomen en planten noemen

- vertellen dat planten niet allemaal op dezelfde plek kunnen groeien

- vertellen hoe bomen groeien

- vertellen wat de belangrijkste werkzaamheden van een boomkweker zijn.



Les 1. VOORBEREIDING VAN HET BEZOEK

In deze les worden ook de voorbereidingen getroffen voor het bezoek aan de boomkwekerij of het bezoek van de boomkweker aan de groep.


Introductie

Vertel de kinderen dat je het in deze les gaat hebben over bomen, heesters en vaste planten. Vraag ze van alle drie een voorbeeld te noemen.

Schrijf de woorden 'boom', 'heester' (of 'struik') en 'vaste plant' op het bord.

Laat de kinderen overeenkomsten en verschillen in uiterlijk en bij de groei noemen.

Daarna vertel je een en ander over de functies die bomen en planten hebben. Onder andere breken ze met hun naalden of hun bladeren de kracht van regen en wind. Ze houden met hun wortels aarde vast, vangen met hun bladeren stof uit de lucht op, bieden woonruimte aan dieren en geven voedsel aan mens en dier.

Ook bieden ze recreatie, zorgen voor zuurstof en versiering van en afwisseling in het landschap, maken het klimaat zachter en zorgen voor een vochtige lucht. Daarnaast zorgen bomen nog voor hout en schaduw en dempen ze lawaai.


Verwerking

- Werkblad 'Functies van bomen en planten'

Nodig: voor elk kind: het werkblad 'Functies van bomen en planten'een schaar, lijm, papier, een pen. 


Op dit werkblad staan een aantal functies van bomen en planten getekend.

Bekijk met de kinderen het werkblad en laat ze vertellen wat ze zien. Vul waar nodig aan.

De kinderen kiezen vier tekeningen met functies die zij belangrijk vinden, knippen deze uit, plakken ze op en schrijven kort op waarom zij die functies zo belangrijk vinden.

Deze opdracht kan ook in tweetallen uitgevoerd worden.

Vraag een aantal kinderen welke keuze ze hebben gemaakt en waarom. Laat anderen hierop reageren.


- Voor het bezoek

Voor het bezoek aan de boomkwekerij kunnen de kinderen in groepen worden verdeeld.

Twee groepen bereiden een interview voor. Dit kan een interview met de boomkweker, zijn vrouw, (meewerkende) kinderen of een medewerker zijn. De vragen worden opgeschreven en afgesproken wordt wie de vragen stellen en wie de antwoorden opschrijven.

Een of twee groepen maken een lijst van foto- en/of video-opnames die ze willen maken. Laat de kinderen (onder begeleiding) oefenen in het gebruik van de camera of het fototoestel. Een mobieltje hiervoor gebruiken kan uiteraard ook.

Een of twee groepen maken een lijst van materialen en voorwerpen die ze kunnen verzamelen.

Twee groepen gaan tijdens het bezoek een plattegrond van het bedrijf maken en spreken af hoe ze dat gaan aanpakken.

Als de boomkweker op school komt, kunnen de kinderen in groepen een aantal vragen verzinnen die ze aan de kweker kunnen stellen. Inventariseer de vragen en schrijf ze op het bord. Kies met elkaar een aantal vragen uit. Spreek af welke kinderen een vraag stellen en wie de antwoorden noteren.


Afsluiting

Lees de achtergrondinformatie door en vertel de kinderen hoe de boomkwekerij in Nederland is ontstaan. Ga met de kinderen na of ze zich goed hebben voorbereid op het bezoek.



Les 2. HET BEZOEK

Lees hiervoor de aanwijzingen in 'Opzet lesproject boomkwekerij.



Les 3. NA HET BEZOEK


Introductie en verwerking

Als de groep naar het bedrijf is geweest, kunnen eventueel eerst de gemaakte video-opnamen bekeken worden. Daarna verwerken de kinderen hun ervaringen. Mogelijkheden hiervoor zijn bijvoorbeeld:

- uitwerken van de interviews (op de tekstverwerker)

- een verslag van het bezoek schrijven (op de tekstverwerker)

- foto's opplakken en voorzien van onderschriften

- de meegebrachte voorwerpen uitstallen

- tekeningen en schilderijen van het bezoek maken

- plattegronden uitwerken inkleuren en voorzien van een toelichting.


Als de boomkweker in de groep op bezoek is geweest:

- kunnen de vragen en de antwoorden (op de tekstverwerker) worden uitgewerkt

- kan (op de tekstverwerker) een verslag van het bezoek worden gemaakt

- kunnen de voorwerpen die de kweker meegebracht heeft worden uitgestald.

In beide gevallen is het mogelijk het werkblad 'Wat doet de boomkweker?' (zie hierna) te gebruiken.


- Werkblad 'Wat doet de boomkweker?'

Nodig: voor elk kind: het werkblad 'Wat doet de boomkweker?' , een schaar, lijm, papier, een pen.

Kijk hier voor de antwoorden


Op dit werkblad staan de belangrijkste werkzaamheden van de boomkweker getekend. De tekeningen kunnen gebruikt worden bij het verslag dat de kinderen maken van het bezoek.


- Een kalender

Nodig: een boomschijf.


Vertel dat je een oude kalender hebt gekregen. Haal de boomschijf uit je tas en vertel dat dit de kalender is. De kinderen zullen waarschijnlijk ongelovig reageren.

Wijs de kinderen op de ringen die te zien zijn.

Vertel eerst over de geschiedenis van de boom.

Laat een kind de ringen tellen en vertel dat de boom zoveel jaar geworden is.

Als de ringen erg dicht op elkaar staan is het erg droog geweest. Zijn de ringen breder dan is er in die jaren veel regen gevallen of zijn er bomen die dicht bij deze boom stonden weggehaald.

Vertel een deel van je eigen geschiedenis met behulp van de boomschijf. Wijs de ringen in de boomschijf aan die aangeven, wanneer je geboren bent, wanneer je naar school ging, wanneer je als leraar begonnen bent, enzovoort.

Laat één van de kinderen de boomschijf gebruiken om een stukje van zijn eigen geschiedenis te vertellen.

Lees in 'Achtergrondinformatie boomkwekerij' hoe bomen groeien.


- Werkblad 'Jaarringen'

Nodig: voor elk kind: het werkblad 'Jaarringen'een potlood.


Bekijk met de kinderen het werkblad. Wijs erop dat de wortels van een boom vaak net zo groot zijn als de kruin.

Vraag de kinderen welke dieren graag in en bij bomen leven en waarom ze dit doen.

De kinderen tekenen de dieren waarvan zij denken dat ze in de boom leven.

Op de boomstam vullen ze in hoe oud de boom is en beantwoorden ze de andere vragen.


- Hoe hoog is die boom?

Nodig: een boom, een gelijkzijdige rechthoekige driehoek, een bordliniaal of meetlint, voorbeeldtekening.


Het is niet eenvoudig om de hoogte van een flinke boom te meten. Toch kun je dit doen zonder in de boom te klimmen.

Knip een vierkant stuk karton diagonaal doormidden. Zo heb je meteen twee gelijkzijdige rechthoekige driehoeken.

Kijk op de tekening wat je nu moet doen.

Houd de driehoek goed vast. Vooral de onderkant van de driehoek moet je goed recht houden.

Kijk langs de schuine kant omhoog.

Kruip voor- of achteruit, totdat je langs de schuine kant van de driehoek de top van de boom ziet. Meet nu hoe ver je van de stam bent. Die afstand is gelijk aan de hoogte van de boom.


- Labels

Nodig: labels van verschillende vaste planten.


Vertel dat planten niet allemaal op dezelfde plaats kunnen groeien. Sommige planten groeien goed op een zonnige plek, terwijl andere planten op deze plek zouden verkommeren.

Ook worden planten niet allemaal even hoog en bloeien ze niet in dezelfde periode. De kweker weet natuurlijk alles van de planten af en weet uit zijn hoofd op welke plaats de planten het best neergezet kunnen worden.

Om de klant te helpen zorgt hij dat elk plant een label heeft. Op dit label staat veel informatie: de Nederlandse naam, de Latijnse naam, hoe hoog de plant wordt, wanneer de plant bloeit, op welke plaats de plant het beste groeit, of je de plant mag snoeien, hoe hoog de plant wordt, enzovoort. Teken de symbolen op het bord en vraag de kinderen wat ze betekenen.

Deel de labels uit en laat de kinderen de symbolen op de labels bekijken.

Laat ze vertellen waar de plant van hun label het beste kan worden neergezet, wanneer de plant eventueel bloeit en hoe hoog de plant wordt.


- Plan voor beplanting

Nodig: een plattegrond van de speelplaats of de straat van de school, kleurpotloden, papier.


Verdeel de kinderen in kleine groepjes.

Kopieer voor elk groepje de plattegrond van de speelplaats of de straat waarin de school staat.

Bekijk met de kinderen de plattegrond. Inventariseer met elkaar de wensen die er zijn ten aanzien van een nieuwe beplanting.

Met elkaar maken de kinderen een beplantingsvoorstel voor de speelplaats of de straat. Op de plattegrond geven ze aan waar bomen, struiken en planten moeten komen.

Met kleurpotloden tekenen ze de situatie, zoals deze eruit moet zien.


Afsluiting

Bekijk met elkaar de verslagen, de foto's en de werkstukken en hang ze op. Nodig de ouders uit om ernaar te komen kijken. Ook kunnen andere groepen uitgenodigd worden om de resultaten te bekijken. De kinderen kunnen hierbij uitleg geven.

Schrijf een briefje naar de boomkweker om hem te bedanken voor het bezoek.

Omhoog