INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

OVER HET LESPROJECT 'LAND- & TUINBOUW'


Het lesproject 'Land- & Tuinbouw' bestaat uit twaalf docentenhandleidingen voor lessen over de volgende bedrijfstakken: akkerbouw, vollegrondsgroenteteelt, groenteteelt onder glas, fruitteelt, paddenstoelenteelt, teelt van bloemen en planten onder glas, bloembollenteelt, boomkwekerij, melkveehouderij (koeien, schapen en geiten), vleesveehouderij en pluimveehouderij. In het inleidende Agrarisch Nederland wordt een actueel beeld gegeven van de ontwikkelingen in de hele Nederlandse land- en tuinbouw. In Achtergrondinformatie Akkerbouw wordt uitleg gegeven over de sector. De les-ideeën van het project zijn geschikt als voorbereiding op een bezoek aan een bedrijf.


Basisonderwijs

Het pakket is bestemd voor het basisonderwijs. Het bevat lessen voor de onderbouw (groep 1 en 2), de middenbouw (groep 3, 4, 5 en 6) en de bovenbouw (groep 7 en 8). Dat onderscheid moet flexibel worden gehanteerd. Als het project aan het begin van het schooljaar wordt gebruikt, zijn de lessen voor de onderbouw geschikter voor groep 3 dan die van de middenbouw. Aan het einde van het schooljaar passen de lessen van de middenbouw waarschijnlijk beter bij groep 3. Het is aan de leerkracht om dit te beoordelen en te beslissen welke lessen gebruikt zullen worden. Hetzelfde geldt voor de lessen die in groep 6 gebruikt kunnen worden: die van de middenbouw of die van de bovenbouw.



AKKERBOUW


Centraal onderdeel van de lessen is het bezoek van de groep aan een akkerbouwbedrijf. Zo'n bedrijf heeft volop mogelijkheden om de leerlingen in de praktijk te laten kennismaken met verschillende aspecten van het bedrijf en de manier waarop daar gewerkt wordt. Kijk voor een adres in de buurt op de site van Boerderijeducatie Nederland of neem contact op met de overkoepelende belangenorganisatie van de akkerbouw.

Als een bezoek aan het bedrijf (nog) niet mogelijk is kan de akkerbouwer eventueel ook naar school komen. Maak met de akkerbouwer afspraken over welke producten en materialen hij meeneemt en op welke wijze het bezoek aan de groep plaatsvindt. Een bezoek van de akkerbouwer aan school kan ook als kennismaking dienen vóórdat de groep op het bedrijf komt. 

Omdat in de onderbouw vaak in projectvorm wordt gewerkt is voor de groepen 1 en 2 gekozen voor een projectmatige aanpak met suggesties voor de kring en de werkles en aanwijzingen voor het bezoek.

Voor de midden- en bovenbouw bestaat het lespakket uit vier lessen. In de eerste les wordt aandacht besteed aan akkerbouw in het algemeen. In de tweede les wordt op bepaalde aspecten nader ingegaan en wordt het bezoek voorbereid. Daarna volgt in de derde les het bezoek aan het akkerbouwbedrijf of het bezoek van de akkerbouwer aan de groep. Het project wordt afgesloten door verwerking van het bezoek in de vierde les.


Leerdoelen

Bij gebruik van het lespakket kunnen aspecten van de leergebieden Nederlandse taal aardrijkskunde geschiedenis techniek milieu natuuronderwijs tekenen en handvaardigheid ter sprake komen. Naast de doelen die betrekking hebben op de akkerbouw en die bij de lessen voor de onderbouw middenbouw en bovenbouw zijn vermeld kunnen leergebied overstijgende leerdoelen uit de Kerndoelen basisonderwijs aan de orde komen zoals het stellen van gerichte vragen samenwerken en met elkaar overleggen en de resultaten van het werk presenteren in verschillende vormen.


Voordat je met de lessen begint

- Lees de achtergrondinformatie en de lessen goed door.

- Verzamel de materialen die nodig zijn.

- Haal uit de (school)bibliotheek boeken en dia's over akkerbouw.

- Hang op het prikbord afbeeldingen van akkerbouwgewassen (aardappels maïs suikerbieten tarwe).

- Vertel de kinderen dat je de komende tijd met ze over akkerbouw gaat werken.

- Stimuleer ze boeken en (plaat)materiaal over akkerbouw en akkerbouwgewassen mee naar school te nemen. Stal deze materialen op een kijktafel uit.


Voorbereiding op het bedrijfsbezoek

Ga van te voren op bezoek bij het bedrijf om met de eigenaar kennis te maken en afspraken te maken wanneer en hoe laat je met de groep komt, hoe lang het bezoek kan duren, wat je de kinderen wilt laten zien, waar ze mogen komen, wat ze eventueel kunnen doen, of de groep bij elkaar blijft of in kleine groepen verdeeld wordt, enzovoort.

Kijk rond om te bepalen wat interessant voor de kinderen is om te zien of te doen. Spreek met de akkerbouwer af wat hij of zij de kinderen vertelt (geen technische informatie en moeilijke woorden gebruiken en geen cijfers noemen want dat zegt de kinderen niets).

Zorg voor toestemming van directie en inspectie.

Regel het vervoer goed. Informeer als je met personenauto's gaat of de bestuurders een inzittendenverzekering hebben. Deel de ouders vooraf mee, wanneer je gaat, waar je naar toe gaat en hoe het vervoer geregeld is.

Zorg dat de kinderen gemakkelijke kleding aan hebben (oude kleren, kaplaarzen, een windjack dat uit kan als het warm wordt). Neem een paar sets reservekleren mee voor het geval kinderen erg vies of nat worden. Denk ook aan een kleine EHBO-doos.

Zorg voor voldoende begeleiding, zodat je eventueel in kleine groepen het bedrijf kunt verkennen.


Op het bedrijf

Verdeel eventueel de kinderen in kleine vaste groepen. Het is op deze manier overzichtelijker voor de kinderen en ze zullen meer zien. Zorg dat er bij elke groep een of twee volwassenen zijn.

Wijs de kinderen de plaatsen op het bedrijf, waar ze niet mogen komen omdat het daar gevaarlijk kan zijn.

Spreek een tijd af om elkaar weer te treffen. Vraag de akkerbouwer of dat in een ruimte kan, zodat de kinderen even wat kunnen drinken en je na kunt gaan of alle vragen beantwoord zijn. Vaak blijkt dat tijdens het bezoek nog meer vragen naar boven komen.


Als de akkerbouwer op school komt

Neem ruim van te voren contact op met de akkerbouwer en nodig hem of haar uit voor een bezoek aan de groep.

Vertel wat de bedoeling van het bezoek is (de kinderen laten kennismaken met de akkerbouw en de werkzaamheden van de akkerbouwer).

Vertel hoe oud de kinderen zijn en geef aan op welke manier de groep het best aangesproken kan worden (geen technische informatie en moeilijke woorden gebruiken en geen cijfers noemen want dat zegt de kinderen niets).

Laat zien welke lesstof behandeld wordt, zodat de akkerbouwer daar met zijn verhaal op kan aansluiten.

Vraag of de akkerbouwer foto's, dia's of video-opnames heeft van zijn bedrijf. Deze kan hij tijdens het bezoek laten zien, zodat de kinderen een indruk van het bedrijf krijgen.

Vraag de akkerbouwer materiaal mee naar school te nemen. Denk aan grond, (kunst)mest, zaden en akkerbouwgewassen, hele planten, gereedschap, afbeeldingen van machines, bedrijfskleding.

Omhoog