INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

Paddenstoelenteelt in Nederland


In Nederland zijn ongeveer 200 paddenstoelenkwekerijen die met elkaar 240 miljoen kg champignons kweken met een waarde van 270 miljoen euro. Iets meer dan de helft van deze champignons wordt in blik of glas verpakt en gaat naar het buitenland. De rest van de champignons wordt vers verpakt in binnen- en buitenland verkocht.


Paddenstoelen hebben altijd al op de verbeelding van de mens gewerkt. Ze komen op een gegeven moment razendsnel uit de grond en ze zijn ook weer heel snel van de aardbodem verdwenen. Vroeger wekten ze bij mensen angst op. Men merkte dat sommige soorten paddenstoelen goed smaakten van andere soorten kreeg men hallucinaties. Je beleefde dan vreemde dingen maar die gebeurden in werkelijkheid alleen maar in je hoofd. Weer andere soorten waren geneeskrachtig maar er zijn ook soorten waarvan je dood kunt gaan als je ze eet. Van alle soorten paddenstoelen zijn maar vijftig soorten eetbaar. Sommige indianenstammen gaven ongehoorzame kinderen paddestoelen te eten waarvan ze flink ziek werden. Zo probeerden ze de kinderen te leren om beter te luisteren. De Romeinen aten veel paddenstoelen. Ook gebruikten zij paddestoelen om mensen te vergiftigen. De Romeinse keizer Claudius bijvoorbeeld werd met giftige paddenstoelen om het leven gebracht. In de middeleeuwen dacht men dat paddenstoelen de schepping waren van de duivel die als een dikke pad vermomd over de aarde zwierf. Iedere keer als hij ging zitten liet hij een paddestoel uit de grond komen.


Ontdekking
In 1650 ontdekte een Franse meloenenkweker de teelt van eetbare paddenstoelen. Hij merkte dat op de afgewerkte grond van de meloenen spontaan champignons groeiden. Omstreeks 1900 werden in de mergelgrotten in Limburg champignons op grote schaal gekweekt. Dat kon daar omdat het in deze grotten altijd donker en vochtig is. Die champignons waren bruin groot en sterk geschubd. Later werd een crèmekleurige champignon gekweekt. In 1927 werd tussen de crèmekleurige champignons een witte champignon aangetroffen. Van deze champignon komen de champignons zoals wij ze nu kennen.


De groei van paddestoelen
Paddenstoelen zijn de vruchtlichamen van zwammen. Zwammen zijn netwerken van draden die hun voedsel halen uit levende en dode planten en resten daarvan. Er is zelfs een soort die op een levende rups woont en dat diertje geleidelijk opeet. Ze groeien in een warme en heel vochtige omgeving. Als de temperatuur daalt (bij ons in de herfst) maken ze vruchten (paddenstoelen) om te zorgen dat de soort blijft bestaan. In de hoed van een paddenstoel zitten heel kleine sporen. Ze zijn zo klein dat je ze met het blote oog niet kunt zien zitten. Als ze rijp zijn vallen ze uit de hoed en worden ze met de wind meegenomen. Als een spore in een goede voedingsbodem terecht komt gaat ze kiemen. De spore groeit uit tot een netwerk van draden. Dat netwerk wordt ook wel mycelium schimmelpluis of zwamvlok genoemd. De draden voeden zich met niet-verteerde resten van bladeren naalden takjes en hout. Op sommige plekken in het mycelium komen dikkere draden waaruit kleine knoppen ontstaan die boven de aarde uitkomen. Binnen een paar dagen groeit zo'n knopje uit tot een paddestoel. Paddenstoelen kunnen veel water opnemen. Daardoor groeien ze zo hard als het vochtig weer is en lijkt het alsof ze de grond uitschieten. De plant van de paddenstoel groeit onder de grond en heeft geen bladgroen. Het zonlicht heeft dus geen effect op de groei. Paddenstoelen worden gegeten door slakken kevers muizen konijnen eekhoorns reeën en mensen. Als ze niet worden opgegeten vergaan ze en komen er weer waardevolle stoffen in de grond. Daarvan leven bomen planten en struiken. Er bestaan heel veel verschillende soorten paddenstoelen in Nederland. Schimmel die bijvoorbeeld op brood of kaas verschijnt is ook een zwam maar eentje die geen grote paddenstoelen maakt.


Speciale compost
Champignons zijn nogal kieskeurig wat betreft hun voedingsbodem. Ze groeien het best op speciaal gemaakte compost die vroeger door elke kweker afzonderlijk werd gemaakt. Tegenwoordig wordt de compost in grote hoeveelheden in een fabriek gemaakt en naar de kwekers gebracht. Vrijwel alle paddenstoelenkwekers zijn lid van de CNC de Coöperatieve Nederlandse Champignonkwekersvereniging. Dit is een organisatie die de belangen behartigt van de paddenstoelenkwekers. Met elkaar hebben ze milieuvriendelijke compostfabrieken opgericht.
De compost wordt in langwerpige hopen gemaakt van paardenmest kippenmest en stro. Die worden twee weken lang met water begoten zodat ze goed doordrenkt zijn. Daardoor gaat het mengsel broeien en wordt de temperatuur 60 tot 80 graden Celsius. Na twee à drie weken wordt de compost in gesloten tunnels gepasteuriseerd. Hierbij worden de ziektekiemen en de bacteriën gedood. In een laboratorium laat men de sporen van de champignon op graankorrels groeien. Uit de sporen groeien schimmeldraden het mycelium dat de graankorrel van binnenuit 'opeet'. Als de graankorrels bijna zijn 'opgegeten' worden ze door de compost gemengd zodat het mycelium daar verder kan gaan groeien. Na twee weken is het mycelium door de compost gegroeid. De compost wordt dan in gesloten vrachtwagens naar de kwekers gebracht. Het composteren en pasteuriseren en de myceliumgroei vinden plaats in grote gesloten hallen op een milieuvriendelijke stankvrije manier.


Cellen met bedden
Op een champignonbedrijf staan rechthoekige gebouwen die verdeeld zijn in cellen. Een cel is een donkere rechthoekige ruimte met een grote buitendeur. Er staan stapelbedden in van vijf etages. Elk bed is een lange metalen bak. Daarop wordt een laag compost met dekaarde gespreid waarin de champignons worden gekweekt. Een champignonkweker heeft meerdere cellen waar champignons in verschillende stadia gekweekt worden zodat hij niet alles tegelijk hoeft te oogsten. Op een paddestoelenbedrijf wordt de natuur die er ongeveer een jaar over doet om paddestoelen te maken in drie weken nagebootst.

De compost wordt met een machine in een laag van 30 cm op de bedden gelegd. Vroeger was dit heel zwaar werk omdat alles met de hand moest gebeuren. Nu trekt een machine de compost op een doek de bedden in. De compost wordt aangedrukt tot een dikte van 18 cm. Met een speciale douche wordt water gegeven. De temperatuur in de cel is dan 14 à 15 graden Celsius. Doordat de compost gaat broeien stijgt de temperatuur naar 25 graden Celsius. Het mycelium gaat dan heel hard groeien. Als het mycelium flink gegroeid is wordt het met een frees goed met de compost gemengd. Daarna gaat een laag dekaarde over de compost heen. Dat gebeurt om vocht vast te houden en het mycelium de kans te geven om knoppen te vormen. Na twee weken brengt de teler de temperatuur in de cel terug naar 18 graden Celsius. Na deze 'herfstschok' gaat het mycelium knoppen maken. Al snel groeien daaruit champignons. Binnen een week staat het bed er vol mee.


Eerste vlucht
Het plukken moet voorzichtig gebeuren om beschadigingen te voorkomen. De champignons worden met een draaiende beweging van het bed afgehaald. Het voetje wordt eraf gesneden en de champignon wordt in een bakje gelegd. De eerste oogst heet 'eerste vlucht'. Na een week kan voor de tweede keer geoogst worden. In totaal komen er drie hooguit vier vluchten van een bed. Champignons die vers worden verkocht worden met de hand geplukt gesorteerd en verpakt. Bij het sorteren wordt gelet op vorm stevigheid kleur grootte en beschadigingen. Ook wordt gekeken of de hoed gesloten is en of de champignons schoon zijn. Champignons die in potten of blikken gaan worden machinaal geoogst. Een machine rijdt over het bed en snijdt alle champignons in één keer af.
De uitgewerkte compost wordt doodgestoomd. Daarna gaat de compost naar aspergetelers of naar vollegrondsgroentetelers die hun land ermee bemesten.


Andere eetbare paddenstoelen
Behalve champignons worden in Nederland ook steeds meer oesterzwammen kastanjechampignons reuzenchampignons en shii-take gekweekt en gegeten. Ze bevatten vitamine C veel eiwit kalium en calcium. Verder hebben ze bijzondere geur- en smaakstoffen die wij erg lekker vinden. Oesterzwammen hebben een korte steel en een grote ingedeukte hoed. De lamellen aan de onderkant van de hoed zijn goed te zien. In het wild groeien oesterzwammen op boomstammen. Ze groeien in groepjes van tien paddestoelen bij elkaar die samen een kilo wegen. In ons land worden ze gekweekt op balen stro die in plastic verpakt zijn. In de pakken zit het oesterzwammenbroed. De kweker maakt in de pakken stro sneden op de plekken waaruit hij de oesterzwammen wil laten komen. Van een pak komen twee vluchten twee oogsten dus. Oesterzwammen groeien langzamer dan champignons. Het uitgewerkte stro gaat naar veehouders. Het plastic dat om het stro zit wordt apart ingezameld en afgevoerd. De shii-take komt oorspronkelijk uit Japan. Hij heeft een ronde bruine platte hoed en een witte steel. Hij groeit op afval van eikenhout en wordt geteeld om zijn geneeskrachtige werking. Het eten van shii-take verlaagt hoge bloeddruk en vermindert het cholesterolgehalte in het bloed.


Milieubewust
Paddenstoelenkwekers gaan op een milieubewuste manier te werk. De kwekers houden zich aan de afspraak met de overheid die is uitgewerkt in de richtlijnen van het MBT-programma. MBT betekent Milieubewuste Teelt. Enkele telers telen volgens het Milieukeur. Ook zijn er telers die EKO telen. Bij de teelt van Milieukeur-paddestoelen zijn extra strenge regels geteeld aan het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Eko-telers gebruiken helemaal geen chemische gewasbeschermingsmiddelen. De bedden waarin champignons worden geteeld zijn van metaal en niet meer van hout. In de houten bedden nestelden zich allerlei schimmels en bacteriën die de paddenstoelen ziek konden maken. Voor het ontsmetten van deze bedden moesten agressieve middelen gebruikt worden. Met de metalen bedden is dat niet nodig. Alle bedrijven zijn aangesloten op de riolering. Het composteringsproces is een gesloten circuit zodat er geen schadelijke stoffen en gassen in het milieu terecht komen. De gebruikte gewasbeschermingsmiddelen worden geregistreerd waardoor er bewuster mee wordt omgegaan. Ook de ontsmettingsmiddelen die worden gebruikt worden geregistreerd. In de cellen worden signaalplaten of vliegenlampen gebruikt zodat vroegtijdig maatregelen genomen kunnen worden tegen vliegen- of muggenplagen. De inlaatlucht wordt gefilterd waardoor allerlei ziektekiemen niet of moeilijk binnen kunnen komen.

Omhoog