INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

Achtergrondinformatie Bloemen/planten onder glas


Ruim de helft van de ruim vierduizend Nederlandse glastuinbouwbedrijven teelt snijbloemen en potplanten. Dit heet sierteelt. Er worden honderdvijftig soorten snijbloemen geteeld en vijfhonderd soorten potplanten. Tot de sierteelt behoren overigens ook bolbloemen, struiken, boompjes en eenjarige planten voor tuin of balkon.


De tuinbouw is in de buurt van de steden ontstaan. De stadsbewoners hadden behoefte aan groenten. Tuinders zorgden ervoor dat die er kwamen.

Later toen de mensen welvarender waren geworden, werd het gebruikelijk om bloemen in huis te hebben. Ook voor die bloemen konden de tuinders zorgen. Het hing van de seizoenen en het weer af welke groenten en welke bloemen konden worden geleverd. Al vroeg probeerden de tuinders de gunstige seizoenen te verlengen en minder afhankelijk van het weer te worden. Op de een of andere manier zou je de planten onder dak moeten kunnen brengen terwijl ze toch voldoende licht krijgen. 


Stolp, bak en lessenaar

In de zestiende eeuw hadden ze een oplossing gevonden. Over de plantjes werd een glazen stolp gezet.

Twee eeuwen later bedachten de tuinders een ander systeem. Ze gingen in grote bakken telen die afgedekt werden met ramen. Platglasbakken heten die. In het Westland, tussen Rotterdam en Den Haag, bouwden de tuinders muren om hun fruit te beschermen tegen de zeewind. Aan de zonkant plantten ze peren- en perzikbomen en druivenstokken.

Die bescherming was niet voldoende. Ze zetten daarom een beetje schuin ramen voor hun bomen, die toen dus tussen een muur en een glazen wand stonden. Omstreeks 1750 werd de volgende stap gezet: een halve kas met luchtramen werd tegen een muur aangebouwd. Dat was de lessenaar. De tuinder kon er niet rechtop in staan. Daarom werd de lessenaar verhoogd. Zo ontstond de kopkas.


Het Westlandse warenhuis

Omstreeks 1870 verschenen de eerste kassen die helemaal van glas waren, de stenen muur was verdwenen. Zo'n kas heet een serre. Korte tijd later zijn de eerste hoge kassen gebouwd met bijna loodrechte zijwanden. Het Westlandse warenhuis was ontstaan. Het verhaal gaat dat die naam in gebruik kwam, omdat in dezelfde periode in de grote steden de eerste warenhuizen werden gebouwd, de grote winkels waar van alles en nog wat te koop is.

Na de Tweede Wereldoorlog deed het warenhuis met Venlo-dek zijn intrede vernoemd naar de Limburgse plaats Venlo waar de kas het eerst in gebruik kwam. Dit type warenhuis heeft in tegenstelling tot het Westlandse geen ramen die los op de kas liggen. De ramen zitten vast aan het frame van de kas. Er komt daardoor meer licht in de kas, er gaat minder warmte verloren en het regent niet in.

In het Westland is de glastuinbouw ontstaan, zoals we die nu kennen. Enorme glazen gebouwen bedekken een groot deel van dit gebied. Het heeft niet voor niets de bijnaam 'glazen stad' gekregen.

De glastuinbouw is omstreeks 1900 vooral in het Westland en iets later in Aalsmeer tot ontwikkeling gekomen. Ook op andere plaatsen in Nederland zijn glastuinbouwcentra ontstaan, zoals de Kring (een gebied tussen Rotterdam, Bleiswijk en Zoetermeer), bij Venlo, Breda, Emmen, Huissen en Vleuten-De Meern.


Nederland belangrijkste exporteur

Er zijn in binnen- en buitenland veel klanten voor Nederlandse bloemen en planten. Nederland is de belangrijkste exporteur ter wereld van bloemkwekerijproducten. De export van bloemen en planten is ruim 3,6 miljard euro waard.

Nederland levert 57 procent van alle snijbloemen die over de hele wereld worden verkocht en bovendien 53 procent van alle potplanten. Veel bloemen en planten worden per vliegtuig verzonden over de hele wereld. Maar het grootste deel van het vervoer gaat per vrachtauto. Die brengt de sierteeltproducten tot in alle uithoeken van Europa.


De veiling

Voor de bloemen en planten per auto of vliegtuig op weg gaan, zijn ze van eigenaar veranderd. De tuinder heeft ze verkocht. Meestal via een van de bloemenveilingen. Deze veilingen verkopen ook veel producten via hun bemiddelingsbureau. Het gaat dan meestal om heel grote partijen potplanten, heesters, bomen en bloembollen. In een kas op het veilingterrein zetten tuinders enkele planten neer van partijen die ze te koop hebben. Hun vraagprijs en het beschikbare aantal worden erbij vermeld.

Kooplieden kunnen hier het aanbod bekijken. Verkopers van het bemiddelingsbureau proberen voor deze partijen kopers te vinden.

Een tuinder zal niet gauw een heel grote partij op één dag veilen. Hij spreidt het afleveren liever. Maar als een klant een grote partij van dezelfde kwaliteit wil kopen, kan dat via het bemiddelingsbureau. De tuinder wordt opgebeld en hij levert in de door de klant gewenste verpakking.


Werkgelegenheid

Veel mensen vinden werk in de sierteelt. Niet alleen in de kassen, maar ook bij veilingen, handelsondernemingen, vervoer, bedrijven die tuindersbenodigdheden produceren en verhandelen, banken, wetenschappelijk onderzoek, voorlichting en onderwijs.


Een kas is een bijzonder gebouw

Een kas is heel wat meer dan een glazen gebouw dat over een tuin is gebouwd. De kas moet zoveel mogelijk (zon)licht binnenlaten. Dat is immers gratis energie. Tegelijkertijd moet de kas zo dicht mogelijk gehouden worden als er wordt gestookt. De kostbare warmte die ontstaat door de verbranding van aardgas, mag niet verloren gaan. De energie moet zo goed mogelijk worden benut.

In veel kassen zijn energieschermen aangebracht. Wanneer het donker wordt kunnen die worden dichtgeschoven om de warmte vast te houden. Overdag worden ze opgerold, zodat ze het daglicht niet afschermen. Ook kunnen ze soms als zonnescherm worden gebruikt.

De warmte die door de schoorsteen van de verwarmingsinstallatie dreigt te verdwijnen wordt teruggewonnen met een rookgas-condensor.


Wkk en aardwarmte

Steeds meer tuinders gebruiken efficiënte warmtekrachtinstallaties (een 'Wkk'), die met aardgas warmte en elektriciteit maken. De warmte gebruiken ze voor hun gewassen in de kas. De elektriciteit kunnen ze ook zelf gebruiken. Wat ze niet nodig hebben wordt aan het energiebedrijf geleverd. ook zijn er telers die verwarmd water oppompen uit de grond. Ze gebruiken aardwarmte om koud water te verwarmen. 's Zomers pompen ze het warme water dat is gebruikt om de kas af te koelen in de grond. Dat pompen ze later weer op om de kas mee te verwarmen. Zo hebben ze minder aardgas nodig.

De tuinders zijn er steeds op bedacht om energie te sparen. Daarbij helpt een computer die het klimaat in de kas regelt. Met meetinstrumenten houdt de computer temperatuur, licht en luchtvochtigheid nauwkeurig bij. Hij reageert onmiddellijk als dat nodig is. Er komt ook een computer aan te pas om te regelen hoeveel water en voedsel een plant krijgt.


Nog weer minder energie

Onderzoekers zijn steeds op zoek naar nieuwe energiebesparingsmogelijkheden voor de tuinder, onder andere de ontwikkeling van nieuwe nog energiezuinige kassen en nieuwe verwarmingssystemen. Het tuinbouwkundig onderzoek speurt naar planten die goed groeien bij lagere temperaturen. Dat kan ook energiebesparing opleveren. Door kruising en selectie worden nieuwe rassen verkregen die minder energie vergen als ze in de kassen worden geteeld.


Substraat

Veel tuinders telen op substraat. Dat wil zeggen: ze hebben de aarde door iets anders vervangen, meestal steenwol die in plastic is verpakt. De steenwol bevat geen kiemen of beestjes die de planten kunnen aantasten. Voedingsstoffen komen in de steenwol terecht, opgelost in het water, dat de computer regelmatig met één druppelaar per plant toedient.

De wortels van de plant, die houvast vinden in de steenwol, kunnen water en voedsel makkelijk opnemen. Substraat is van groot belang voor de vermindering van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de glastuinbouw. Daarnaast kunnen meststoffen nauwkeuriger worden toegediend. Ook is de opbrengst groter en wordt er bespaard op arbeid.

Substraat is nog niet voor alle teelten geschikt. Er wordt hard aan gewerkt om ook voor die gewassen een geschikte teeltmethode te vinden. Bovendien wordt ernaar gestreefd de teeltsystemen helemaal gesloten te krijgen. Er kunnen dan geen resten gewasbeschermingsmiddelen en voedingsstoffen uit de kassen rechtstreeks in het milieu terechtkomen. In zo'n gesloten systeem worden planten, behalve in steenwol of op water, ook gekweekt in veen of zandbakken.


Een voorbeeld: een chrysantenbedrijf

Ondanks veel mechanisatie en de hulp van computers blijft er veel werk voor de tuinder, zijn vrouw en andere medewerkers op het bedrijf. Er worden veel soorten geteeld, maar een bedrijf is vaak gespecialiseerd in één soort of een aantal variëteiten van een soort.

Als voorbeeld het werk op een chrysantenbedrijf. Daar worden om de zes dagen enkele duizenden chrysanten als stekjes aangevoerd. Elk stekje wordt met de hand in een blokje potgrond gezet. Deze blokjes worden door een machine gemaakt. Na tien dagen worden ze - ook weer met de hand - uitgeplant op een stuk grond dat eerst is omgespit en bemest. Op de grond is eerst gaas gelegd. De plantjes worden door de openingen van het gaas neergezet. Naarmate de plantjes groter worden, wordt het gaas omhoog gehaald, zodat ze niet kunnen omvallen.


De oogst

Drie weken voor de oogst wordt met de hand uit iedere plant de hoofdknop verwijderd. Anders zouden er één grote en een heleboel kleine bloemen groeien. De bedoeling is juist om veel grote bloemen te krijgen.

De bloeiende chrysanten worden in de zomerperiode elf weken en in de winter veertien weken na het planten geoogst. Elke tak wordt met de hand uit de grond getrokken en bij de wortels afgeknipt. De takken worden in bosjes op een transportband gelegd. Die brengt ze naar de oogstmachine. De machine snijdt de bosjes op één lengte, haalt de onderste bladeren van de takken en doet om elke bos een elastiekje. Dan moet elke bos in een plastic hoes worden gestopt en in een doos worden gelegd. De volle dozen worden in een koelcel geplaatst en 's nachts door een transporteur naar de veiling gebracht.


De bestrijding van ziekten en plagen

Op het chrysantenbedrijf wordt dus niet met substraat gewerkt. Om ziekten te voorkomen wordt de grond eens per jaar in de herfst ontsmet. Dat gebeurt met stoom. Eerst wordt de grond diep losgemaakt, zodat de stoom er goed in kan doordringen. De grond wordt afgedekt met zeilen om te voorkomen dat de stoom ontsnapt. Een teler met substraat ontsmet het water stelselmatig om te voorkomen dat zo plantenziektes zich kunnen verspreiden.

Op glastuinbouwbedrijven worden zo weinig mogelijk chemische middelen gebruikt bij de teelt. Met behulp van signaalplaatjes waarop insecten blijven plakken, kan vastgesteld worden of er gevaarlijk veel insecten in het gewas zitten. Deze worden zo mogelijk bestreden met natuurlijke vijanden of met biologische middelen. Als dat niet effectief mogelijk is komen er chemische gewasbeschermingsmiddelen aan te pas. Een aantal tuinders produceert bloemen en planten die zonder chemische gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest zijn geteeld.


Potplanten

Op een groot modern potplantenbedrijf staan de potten op grote tafels met opstaande randen (rolcontainers) die over stellages gestuurd het hele bedrijf doorrollen. Af en toe worden ze door een rijdende trein zonder bemanning van de ene baan op de andere geholpen. Het zijn volautomatische computergestuurde machines.

Het oppotten van de jonge plantjes, het wegzetten van de potten op de rolcontainers, het transport van de tafels naar een plaats in de kas, de voeding van de planten en tenslotte de afvoer naar de inpakafdeling zijn geheel geautomatiseerd. Tussentijds, als de planten een bepaalde omvang hebben bereikt, worden ze automatisch verder uit elkaar gezet zodat ze elkaar niet in de groei belemmeren. De computer houdt bij welke soorten wanneer gepot zijn, wanneer de jonge planten uit elkaar gezet moeten worden, waar ze in het bedrijf staan of naartoe gebracht moeten worden en wanneer ze naar de veiling kunnen.

De potplanten krijgen hun voedsel opgelost in water, dat op bepaalde tijden door een buizenstelsel in de containers wordt gelaten en dat weer langzaam wegloopt, net als met eb en vloed. Een voordeel van dit eb-en-vloedsysteem is, dat de wortels niet kunnen gaan rotten doordat er geen water in de potten achterblijft. Een ander voordeel is dat de potten allemaal even lang in een laagje water staan. Er kunnen geen droge potten tussen staan. Bij het water geven van bovenaf, kunnen grote bladeren van een plant een andere plant afschermen. Die krijgt dan geen of onvoldoende water.

Omhoog