INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

FRUITTEELT, Lessen onderbouw


Doelstellingen

Na het project kunnen de kinderen vertellen:

- hoe appels en peren groeien

- dat er verschillende soorten appels en peren zijn, die allemaal anders smaken

- dat fruitbomen er in verschillende jaargetijden ook verschillend uitzien

- welke producten van appels en peren worden gemaakt

- welke milieuvriendelijke maatregelen de fruitteler neemt om het fruit gaaf te houden.


Werkwijze

Gedurende een à twee weken wordt een aantal dagen aandacht besteed aan het project. Hoe lang dat per dag gebeurt, hangt onder meer af van de activiteit die wordt gekozen, de samenstelling van de groep en de inbreng van de kinderen. De activiteiten waaruit gekozen kan worden zijn verdeeld in kring- en werkles-activiteiten. Het is niet noodzakelijk dat alle activiteiten gedaan worden.


Het bezoek

Kijk in 'Opzet lesproject fruitteelt'  hoe een bezoek aan het fruitteeltbedrijf of het bezoek van de fruitteler op school kan worden voorbereid.

Ga met de kinderen na wat ze willen weten.

Schrijf de vragen op en spreek af wie de vragen stelt, aan wie je ze stelt en wie de antwoorden onthoudt. Ga na afloop met elkaar na of alle vragen beantwoord zijn.



I. Kringactiviteiten


1. Appelaanlegspel

Nodig: het werkblad 'Appelaanlegspel', een schaar, kleurpotloden.


Vergroot het werkblad, zodat de afbeeldingen voor de hele groep goed zichtbaar zijn.

Kleur de tekeningen.

Leg de plaatjes één voor één neer en bekijk ze met de kinderen.

Laat de kinderen vertellen wat ze zien. Vraag hoe de appelboom er in het voorjaar uitziet. Leg de tekening hiervan vooraan.

Vertel over de stadia die de boom doormaakt, voordat de appel rijp is om geplukt te worden. Leg tijdens het verhaal de tekeningen neer. Later kun je de tekeningen op het prikbord of bij de tekentafel hangen, zodat de kinderen er nog eens naar kunnen kijken.


2. Appels en peren bekijken

Nodig: verschillende soorten appels en peren, een blinddoek, een mes.


Vraag de kinderen verschillende soorten appels en peren mee te nemen.

Geef de appels en de peren in de kring door, zodat de kinderen ze goed kunnen voelen.

Soms gaan appels heel erg glimmen als je ze met je mouw oppoetst. Lukt dat met alle appels? Blinddoek een van de kinderen en laat het een vrucht voelen. Hoe voelt de vrucht aan? Hoe noem je dat? Is het een appel of een peer?

Snijd enkele appels en peren in stukjes en laat de kinderen proeven. Welke vrucht smaakt zuur? Welke smaakt zoet? Zijn de appels en de peren allemaal even sappig?

Laat de kinderen de klokhuizen uit elkaar peuteren. Gaat dat gemakkelijk? Hoeveel pitjes zitten in elk klokhuis? Kun je de pitjes open maken?


3. Beestjes in het fruit

Nodig: twee appels of twee peren, waarvan er een is aangevreten door een vogel of een insect.


Pak uit je tas twee appels of peren. Trek een vies gezicht als je een appel ziet, waar een gaatje in zit of die aangevreten is.

Vraag aan de kinderen of zij zo'n appel of peer willen eten. Zou de groenteman deze vruchten kunnen verkopen? Zou de fruitteler er blij mee zijn? Waarom niet?

Vertel welke maatregelen de fruitteler neemt om te voorkomen dat het fruit door insecten of vogels aangevreten wordt. De fruitteler hangt nestkasten voor valken en uilen in de boomgaard. De valken jagen op muizen die aan de wortels knagen en op vogels die de vruchten kunnen aanvreten. Ook hangt de fruitteler nestkastjes op voor vogels die veel insecten eten. Hij zorgt dat er insecten komen zoals lieveheersbeestjes, sluipwespen, roofmijten en roofwantsen die schadelijke insecten opeten.


4. Fruit zaaien

Nodig: appels peren, een mes, bakjes, aarde, plastic folie, een gieter met water.


Snijd de appel en de peer in stukjes en peuter de pitjes uit de klokhuizen.

Vul de bakjes met aarde en zaai in het ene bakje de appelpitten en in het andere bakje de perenpitten.

Dek de pitten toe met aarde, duw de aarde aan en geef een beetje water.

Dek de bakjes af met de plastic folie en zet ze op een warme plaats. Na een paar weken ontkiemen de zaden en groeien er plantjes uit. Dat zijn jonge bomen.


5. Appels of peren

Nodig: groen karton, een potlood, een schaar, stoelen.


Teken op het karton evenveel appels en peren als er kinderen zijn.

Knip de vruchten uit.

Alle kinderen op één na kiezen een vrucht, krijgen die en houden die in hun hand. Het kind zonder vrucht staat in het midden van de kring en de andere kinderen zitten op hun stoel in de kring.

Het kind in het midden van de kring roept bijvoorbeeld 'appelsap' of een ander product dat van appels wordt gemaakt. De kinderen die een appel in hun hand hebben, staan op en ruilen met elkaar van plaats.

Het kind dat in het midden staat, moet proberen een vrije stoel te bemachtigen, voordat er een 'appelkind' op zit. Het kind dat geen stoel meer heeft, geeft het kind dat op zijn plaats is gaan zitten, zijn appel en heeft nu de beurt.


6. Sneeuwwitje

Nodig: het sprookje van Sneeuwwitje.


In het sprookje van Sneeuwwitje speelt de rode appel een belangrijke rol. Vertel het sprookje een paar keer en laat de kinderen het naspelen.



II. Werklessen


1. Fruitbomen

Nodig: afbeeldingen van een fruitboom, grote vellen papier, bruine, groene rode en gele verf, kwasten, lijm, karton, een schaar.


Verf een groot vel papier helemaal bruin. Laat de verf goed drogen.

Scheur van het vel een lange brede strook. Dit is de stam van de fruitboom.

Plak de strook op een groot vel papier. Scheur van de rest van het bruine papier takken met zijtakken en plak ze vast.

Knip een blad van karton. Smeer het blad in met groene verf. Geef de boom bladeren door met het kartonnen blad afdrukken te maken.

Schilder met groene, rode en gele verf appels of peren in de boom.


2. Bloesembomen

Nodig: grote vellen papier, bruine, witte en rode verf, kwasten, een spons, een schotel.


Verf op het grote vel met de bruine verf een boom. Laat de verf drogen.

Knip de spons in kleine ronde stukken

Meng op de schotel witte en een klein beetje rode verf.

Doop de spons in de verf en veeg de overtollige verf af op de rand van de schotel.

Dep met de spons op de takken van de boom. Nu lijkt het of de boom bloesem heeft.


3. Papier-maché fruit

Nodig: kranten, steeltjes van appels en/of peren, behangersplaksel, een gloeilamp, verf, kwasten.


Scheur de kranten in kleine stukken.

Frommel om een appel te maken van een stuk krant een prop.

Plak met behangersplaksel stukjes krant op de prop tot deze met een paar laagjes bedekt is.

Duw de appel aan de bovenkant een beetje in en prik het steeltje in de appel. Laat de appel goed drogen en verf hem in de goede kleuren.

Plak om een peer te maken over een gloeilamp een aantal lagen krantenpapier. Laat de peer drogen en verf hem in de goede kleuren. De vruchten kunnen in de fruitwinkel van de klas verkocht worden.


4. Een fruitschaal

Nodig: een schaal, kranten, behangersplaksel, een schaar, verf en kwasten.


Beplak de schaal met vijf of zes lagen krantenpapier. Laat het papier goed drogen en maak het krantenpapier voorzichtig los.

Knip de rand van de schaal netjes af en verf de schaal. De appels en peren van papier-maché kunnen er nu opgelegd worden.


5. Appelmoes

Nodig: moesappels, een mes, een snijplank, een pan, een kookplaat, een houten lepel, kaneel, suiker, bakjes, lepels, eventueel een roerzeef.


Schil de appels en snijd ze in kleine stukjes. Doe de stukjes appel in de pan met een klein beetje water en breng ze aan de kook. Laat ze koken tot ze zacht geworden zijn. Eventueel kun je een roerzeef gebruiken om de stukjes appel fijn te maken, maar appelmoes met stukjes appel smaakt ook goed. Laat de appelmoes afkoelen en doe er daarna suiker bij. Je hebt dan minder suiker nodig. Strooi er een beetje kaneel over. Serveer de appelmoes in een bakje.


6. Werkblad 'Appelaanlegspel'

Nodig: voor elk kind: het werkblad 'Appelaanlegspel', een schaar.


Op dit werkblad staan de stadia van een appel afgebeeld, van bloesem tot aan de consumptie. De kinderen knippen de plaatjes los en bekijken de tekeningen. Ze kunnen de plaatjes op volgorde leggen en eventueel vastplakken.

Omhoog