INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

GROENTETEELT ONDER GLAS, Lessen bovenbouw


Doelstellingen

Na de vier lessen over groenteteelt onder glas kunnen de kinderen:

- vertellen hoe groenteteelt waarschijnlijk is ontstaan

- een aantal groentesoorten noemen die onder glas worden geteeld

- verschillen noemen tussen groentesoorten die onder glas geteeld worden en groentesoorten die in de volle grond worden verbouwd

- vertellen welke delen van de planten als groenten worden gegeten

- vertellen hoe planten groeien

- vertellen wat de belangrijkste werkzaamheden van de groenteteler zijn.


Met groenten uit de kas worden in deze handleiding bedoeld: andijvie, aubergine, bleekselderij, bloemkool, broccoli, Chinese kool, courgette, komkommer, koolrabi, paksoi, paprika, radijs, rammenas, sla, spinazie, tomaten, tuinkers en venkel.

Bij alle activiteiten worden zoveel mogelijk deze groentesoorten gebruikt. Een aantal van deze groentesoorten, zoals bloemkool, broccoli, sla en spinazie worden ook buiten (in de volle grond) geteeld.

Bij alle activiteiten worden zoveel mogelijk kasgroenten gebruikt.



Les 1. Oriëntatie


Introductie

Lees de achtergrondinformatie goed door en vertel hoe mensen in de oertijd aan hun voedsel kwamen en hoe zij ertoe gekomen zijn om gewassen te gaan verbouwen. Vertel ook hoe de teelt in kassen is ontstaan.

Vertel dat sommige groentesoorten gemakkelijk in de volle grond kunnen worden geteeld, maar dat andere soorten alleen onder glas verbouwd worden. Ook zijn er soorten die zowel onder glas als in de volle grond geteeld kunnen worden.

Vraag waarom in ons land niet alle groentesoorten in de volle grond geteeld kunnen worden. Om dit te illustreren kun je het volgende proefje doen:


- Wel of niet in de volle grond?

Nodig: een slablad, een koolblad, een diepvriezer.


Laat de kinderen een slablad en een koolblad zien. Leg ze beide een paar uur in de vriezer. Of doe dit als er geen vriezer op school is de dag ervoor thuis. Het frisse knapperige slablad komt er als een slap verkleurd velletje uit. Aan het koolblad is vrijwel niets veranderd.

Sla kan in ons land alleen in gunstige omstandigheden buiten geteeld worden. Als het te koud wordt, verlept de sla, terwijl de kool bestand is tegen koud weer. Telers zijn overigens druk bezig om groentesoorten te ontwikkelen die wel tegen kou kunnen.

Laat de kinderen zoveel mogelijk groentesoorten noemen en schrijf de namen op het bord. Ga met de kinderen na welke groentesoorten in de volle grond worden geteeld en welke groentesoorten uit de kas komen.


Verwerking

Nodig: voor elk kind: het werkblad 'Wat eten we?', een pen of een potlood.

Kijk hier voor de antwoorden.


Op dit blad staat een plant getekend die in werkelijkheid niet voorkomt. Het is een plant die knol-, bol-, wortel-, blad- en stengelgroenten voortbrengt. Ook heeft de plant zaden en knoppen die wij als groenten eten.

In de rand van het blad staan een aantal groentesoorten die in Nederland in de kas worden geteeld. De kinderen vullen bij elke groentesoort het juiste nummer in van het bijbehorende deel van de groenteplant in het midden van het werkblad.

Afsluiting: Controleer met de kinderen wat ze op het werkblad hebben ingevuld.


- Krachtig zaad

Dat het ontkiemen van zaden en het groeien van wortels en planten met veel kracht gepaard gaat, kun je met de volgende proefjes met bruine bonen en erwten aantonen.


Nodig: voor proef 1: lege eierschalen, eierdoppen, aarde;

voor proef 2: een jampot met deksel, keukenpapier;

voor proef 3: een lucifersdoosje, een elastiekje, een glas water;

voor proef 4: een bloempot, aarde, een glasplaat een, gewichtje.


Proef 1

Vul lege eierschalen voor de helft met aarde. Zaai in elke eierschaal één of twee bonen. Dek de bonen met aarde toe. Als de bonen zijn uitgekomen, breken de wortels de eierschalen.


Proef 2

Vouw een stukje keukenpapier dubbel en rol het op. Schuif het in de jampot en maak het nat. Schuif voorzichtig een paar bonen tussen het keukenpapier en het glas van de jampot. Laat de bonen ontkiemen. De planten groeien naar boven.

Draai nu de deksel op de jampot en zet de pot ondersteboven neer. Na een paar dagen groeien de bonenplanten de andere kant op: weer naar boven.


Proef 3

Vul een lucifersdoosje met bonen en doe een elastiekje om het doosje. Doe het doosje in een glas en vul een glas met water. Na een paar dagen duwen de bonen het doosje open.


Proef 4

Vul een bloempot met aarde en zaai er bonen in. Dek de bonen toe met aarde en duw de aarde goed aan. Leg een glasplaatje op de bloempot met het gewichtje erop. De jonge planten duwen de glasplaat met gewichtje en al omhoog.



Les 2. Voorbereiding op het bezoek

In deze les worden de voorbereidingen getroffen voor het bezoek aan de teler of het bezoek van de teler aan de groep.


Introductie

Om te groeien hebben (groente)planten lucht, water en zonlicht nodig. Lucht is overal om de plant heen. Door duizenden kleine openingen in de bladeren ademt de plant lucht in en uit.

Het zoeken naar water is een karweitje voor de wortels. Ze zuigen het water uit de grond. Als er niet genoeg water is, zorgt de teler daarvoor door te beregenen. Overdag maken planten onder invloed van het zonlicht een soort suiker. Een deel daarvan slaan ze op als reservevoedsel, bijvoorbeeld in de bladeren of in de wortels (zoals bij peen).

Als wij de groenten eten, krijgen we dat reservevoedsel als voedingsstoffen binnen en dat is goed voor onze gezondheid en vaak nog lekker ook.

Planten hebben om te groeien ook voedingsstoffen nodig die ze uit de grond halen. Die voedingsstoffen lossen op in water en kunnen door de wortels opgezogen worden. Als de planten steeds maar voedingsstoffen uit de grond halen, raken die een keer op en groeien de planten niet goed meer. Daarom doet de teler regelmatig extra voedingsstoffen (mest van dieren of kunstmest) in de grond waardoor de planten goed blijven groeien.

Niet alle groentesoorten hebben dezelfde voedingsstoffen nodig. Daarom kan de teler zelf bepalen welke voedingsstoffen hij de plant geeft. Sommige groentesoorten, zoals komkommer, paprika en sla groeien in kassen niet in de aarde maar op steenwol.


Verwerking

- Werkblad 'Aan het werk in de kas'

Nodig: per groepje van vier kinderen: een kopie van het spel 'Aan het werk in de kas'de spelregels, pionnen, een dobbelsteen.


In de kas wordt hard gewerkt om de planten goed te laten groeien. Wat er allemaal voor komt kijken en om welke werkzaamheden het gaat, wordt een stuk duidelijker tijdens het spelen van dit spel.

Deel de kopieën uit en bekijk met de kinderen het spel. Leg uit hoe het spel gespeeld moet worden.


Voor het bezoek

Voor het bezoek aan het groenteteeltbedrijf kunnen de kinderen in groepen worden verdeeld.

Twee groepen bereiden een interview voor. Dit kan een interview met de teler, zijn vrouw, (meewerkende) kinderen of een medewerker zijn. De vragen worden opgeschreven en afgesproken wordt wie de vragen stellen en wie de antwoorden opschrijven.

Een of twee groepen maken een lijst van foto- en/of video-opnames die ze willen maken. Laat de kinderen (onder begeleiding) oefenen in het gebruik van het fototoestel of de videocamera. Een mobieltje kan natuurlijk ook worden gebruikt.

Een of twee groepen maken een lijst van materialen en voorwerpen die ze kunnen verzamelen.

Twee groepen gaan tijdens het bezoek een plattegrond van het bedrijf maken en spreken af hoe ze dat gaan aanpakken.

Als de teler op school komt, kunnen de kinderen in groepen een aantal vragen verzinnen die ze aan de teler kunnen stellen. Inventariseer de vragen en schrijf ze op het bord.

Kies met elkaar een aantal vragen uit. Spreek af welke kinderen een vraag stellen en wie de antwoorden noteren.


Afsluiting

Ga met de kinderen na of ze zich goed hebben voorbereid op het bezoek.


- Rozen van radijs

Nodig: Radijzen, een mes, een schaal, water, ijsklontjes.


Maak de radijzen schoon en snijd de boven- en onderkant eraf. Snijd de zijkanten van elke radijs voorzichtig in. Leg de radijzen daarna in een schaal met water en ijsklontjes. Na een tijdje gaan de 'blaadjes' open staan veranderen de radijzen in rozen en smaken ze nog lekkerder.



Les 3. Het bezoek

Lees hiervoor de aanwijzingen in 'Opzet lesproject groenteteelt onder glas'.



Les 4. Na het bezoek


Introductie en verwerking

Als de groep naar het bedrijf is geweest, kunnen eventueel eerst de gemaakte video-opnamen bekeken worden. Daarna verwerken de kinderen hun ervaringen. Mogelijkheden hiervoor zijn bijvoorbeeld:

- uitwerken van de interviews (op de tekstverwerker)

- een verslag van het bezoek schrijven (op de tekstverwerker)

- foto's opplakken en voorzien van onderschriften

- de meegebrachte voorwerpen uitstallen

- tekeningen en schilderijen van het bezoek maken

- plattegronden uitwerken inkleuren en voorzien van een toelichting.


Als de teler in de groep op bezoek is geweest

- kunnen de vragen en de antwoorden (op de tekstverwerker) worden uitgewerkt

- kan (op de tekstverwerker) een verslag van het bezoek worden gemaakt

- kunnen de voorwerpen die de teler meegebracht heeft worden uitgestald.

In beide gevallen is het mogelijk om het werkblad 'Wat doet de groenteteler?'  te gebruiken voor het verslag.


- Nieuwe soorten

Nodig: verschillende soorten tomaten of paprika's, papier, kleurpotloden.


Telers van kasgroenten zijn voortdurend bezig om nieuwe soorten te ontwikkelen. Er komen steeds nieuwe varianten van groenten op de markt. Telers doen dit niet uit eigen initiatief. Ze luisteren goed naar wat de klant wil. Wil de klant een zoete tomaat? Dan krijgt hij die! Wil de klant tomaten in een tros net als druiven? Wordt voor gezorgd! Als men een tomaat met nieuwe eigenschappen wil bijvoorbeeld een stevige tomaat die lekker zoet is, dan wordt een stevige tomatensoort gekruist met een tomatensoort die zoet smaakt. Met een beetje geluk is er dan weer een nieuwe tomatensoort.

Een komkommer van een bepaalde maat of een éénpersoonsbloemkool. Een paprika die een andere kleur moet hebben. Deze nieuwe soorten krijgen allemaal een naam vaak de naam die de teler ervoor verzint.

Laat de verschillende soorten tomaten of paprika's zien.

Laat de kinderen een nieuwe tomaten- of paprikasoort verzinnen en tekenen. Ze schrijven er ook bij wat zo bijzonder is aan deze soort en ook hoe de soort gaat heten.

Kies met elkaar een aantal ontwerpen uit en stuur ze naar de groenteteler op.


- Gemengde groenten

Nodig: verschillende groentepakketten, pen en papier.


Koop bij de supermarkt verschillende soorten groentepakketten, waarin groentesoorten uit de kas zijn verwerkt. Haal de etiketten van de pakketten af.

Verdeel de kinderen in kleine groepjes en geef elke groep een pakket. De kinderen sorteren de groenten en proberen te achterhalen door te proeven, te ruiken en naar de structuur en de kleur van de groenten te kijken om welke groentesoort het gaat. De namen van de groentesoorten schrijven ze op. Controleer hun uitkomsten aan de hand van de etiketten.


Afsluiting

Bekijk met elkaar de verslagen de foto's en de werkstukken en hang ze op. Nodig de ouders uit om ernaar te komen kijken. Ook kunnen andere groepen uitgenodigd worden om de resultaten te bekijken. De kinderen kunnen hierbij uitleg geven. Laat de kinderen een briefje schrijven naar de teler om hem te bedanken voor het bezoek.

Omhoog