INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

BLOEMEN/PLANTEN ONDER GLAS, Lessen bovenbouw


Doelstellingen

Na de vier lessen over teelt van bloemen en planten onder glas kunnen de kinderen een aantal functies van bloemen en planten opnoemen:

- de namen van een aantal kamerplanten verklaren

- vertellen hoe kamerplanten vermeerderd kunnen worden

- vertellen wat kamerplanten nodig hebben om te groeien

- vertellen wat bij teelt van bloemen en planten onder glas de belangrijkste werkzaamheden van een teler zijn.



Les 1. Oriëntatie


Introductie

Vraag de kinderen wie er thuis bloemen en planten hebben. Waar staan ze? Wie zorgt ervoor? Waarom staan er bloemen en planten in huis? Vul de antwoorden van de kinderen aan. (Kamer)planten en bloemen nemen een onmisbare plaats in ons leven in. Ze verfraaien de leefomgeving en mensen voelen zich prettiger als er planten en bloemen staan. Ze zijn door hun verscheidenheid aan kleuren, bladvormen, bloeiwijzen, afmetingen en groeiwijzen mooi om naar te kijken. Aangetoond is dat patiënten sneller genezen, minder zware medicijnen en hulp van verplegend personeel nodig hebben als er bloemen en planten in hun buurt staan. Verder produceren planten zuurstof, zuiveren de lucht, zorgen voor een goede luchtvochtigheid en daardoor voor een beter binnenklimaat.

In een ruimte waar veel bloemen en planten staan, hebben de mensen minder gezondheidsklachten en werken ze harder.


Verwerking

- Werkblad 'Plantennamen'

Nodig: voor elk kind: het werkblad 'Plantennamen', een schaar, lijm.

Kijk hier voor de antwoorden.


In ons land worden zo'n 150 soorten bloemen geteeld en 500 verschillende soorten potplanten. Alle bloemen en planten hebben behalve Latijnse, ook Nederlandse namen. Vaak zeggen die namen iets over het uiterlijk van de plant, waardoor ze gemakkelijk te onthouden zijn.

Op het werkblad staan een aantal kamerplanten. Onderaan staan de namen van de planten. Door goed naar de planten te kijken en te letten op de bladvorm en de bloemen is het niet zo moeilijk om de namen erbij te zoeken. De kinderen knippen de namen los en plakken ze bij de planten.

De goede antwoorden zijn: 1. fluweelplant, 2. garnalenplant, 3. pantoffelplantje, 4. levend steentje, 5. kindje op moeders schoot, 6. vrouwentongen, 7. hertshoornvaren, 8. vrouwenhaar, 9. gatenplant, 10. luciferplantje, 11. parapluplant en 12. vingerplant.


Afsluiting

Vergelijk de antwoorden van het werkblad. Laat de kinderen vertellen waarom ze de planten deze namen hebben gegeven. Het is leuk als je een paar van deze planten in het echt kunt laten zien.


- Nederlandse en Latijnse namen

Nodig: een kamerplantengids, kaartjes, een pen.


Zoek in een kamerplantengids de namen van de planten die in de klas staan. Op een kaartje schrijven de kinderen de Nederlandse en de Latijnse naam en zetten het kaartje bij de plant.


- Stekken

Nodig: een kamerplantenboek, kamerplanten, een scherp mesje, glazen potten, water, bloempotten, aarde.

Kijk hier voor het voorbeeld.


Gebruik kamerplanten die gemakkelijk gestekt kunnen worden, zoals een Kaaps viooltje, een begonia, een moederplantje, een tradescantia, een siernetel, een sierlelie, een parapluplant, een kalanchoë, een citroengeranium, enzovoort. Kijk in een kamerplantenboek of de planten niet giftig zijn.

Bekijk de planten met de kinderen en vertel hoe ze heten.

Vertel hoe de planten in de kas worden gekweekt. Dit gebeurt voor het grootste deel door stekken van de planten te nemen. Lees in het kamerplantenboek hoe de planten gestekt moeten worden of vraag de teler om advies.

Stek de planten en kijk regelmatig of de stekken het goed doen.

Bekijk met de kinderen de wortels die aan de stekken komen.

Vul de bloempotten met aarde en zet de stekken in de aarde. Lees in het kamerplantenboek wat de beste plaats voor de planten is en zet de planten daar neer.

Voor de volgende les heb je een aantal dezelfde planten nodig. Vraag hiernaar bij de teler. Als hij je er niet aan kan helpen, kun je ook tuinkers zaaien en de planten hiervan gebruiken.



Les 2. Voorbereiding op het bezoek

In deze les worden de voorbereidingen getroffen voor het bezoek aan het bedrijf of het bezoek van de teler aan de groep.


Introductie

Lees in de achtergrondinformatie hoe de teelt van bloemen en planten onder glas in ons land is ontstaan.

Wat hebben bloemen en planten nodig om te groeien? Om aan te tonen dat bloemen en planten water, warmte, licht en voeding nodig hebben, kun je de kinderen de volgende proefjes laten doen. Verdeel de kinderen in kleine groepen. Iedere groep onderzoekt één van de voorwaarden voor planten om goed te groeien.


De groep die gaat onderzoeken in welke mate planten water nodig hebben:

- geeft plant 1 geen water

- geeft plant 2 om de dag een beetje water

- geeft plant 3 elke dag veel water.


De groep die gaat onderzoeken of planten warmte nodig hebben:

- zet plant 1 op of dicht bij de verwarming of op een warme plaats

- zet plant 2 buiten

- zet plant 3 op een plaats die niet te koud en niet te warm is.

De planten krijgen allemaal evenveel water.


De groep die gaat onderzoeken of planten licht nodig hebben:

- zet plant 1 op een lichte zo mogelijk zonnige plaats

- zet plant 2 in de kast of onder een doos

- zet plant 3 op een plaats die niet te licht en niet te donker is.

De planten krijgen allemaal evenveel water.


De groep die gaat onderzoeken of planten voeding nodig hebben:

- geeft plant 1 geen plantenvoeding

- geeft plant 2 de voorgeschreven hoeveelheid plantenvoeding

- geeft plant 3 te veel plantenvoeding.

De planten krijgen allemaal evenveel water.


Laat de kinderen bij elk proefje voorspellen, welke plant(en) het best zullen groeien.


Verwerking

- Werkblad 'Bloemen'

Nodig: voor elk kind: het werkblad 'Bloemen'een bloem, een pen of een potlood, plakband.


Met dit werkblad bekijken de kinderen een bloem van dichtbij. Neem de opdrachten met de kinderen door.


Voor het bezoek

Voor het bezoek aan het bedrijf kunnen de kinderen in groepen worden verdeeld. Twee groepen bereiden een interview voor. Dit kan een interview met de teler, zijn vrouw, (meewerkende) kinderen of een medewerker zijn. De vragen worden opgeschreven en afgesproken wordt wie de vragen stellen en wie de antwoorden opschrijven.

Een of twee groepen maken een lijst van foto- en/of video-opnames die ze willen maken. Laat de kinderen (onder begeleiding) oefenen in het gebruik van de camera of het fototoestel. Een mobieltje gebruiken kan natuurlijk ook.

Een of twee groepen maken een lijst van materialen en voorwerpen die ze kunnen verzamelen.

Twee groepen gaan tijdens het bezoek een plattegrond van het bedrijf maken en spreken af hoe ze dat gaan aanpakken.

Als de teler op school komt, kunnen de kinderen in groepen een aantal vragen verzinnen die ze aan de teler kunnen stellen. Inventariseer de vragen en schrijf ze op het bord. Kies met elkaar een aantal vragen uit. Spreek af welke kinderen een vraag stellen en wie de antwoorden noteren.


Afsluiting

Ga met de kinderen na of ze zich goed hebben voorbereid op het bezoek.




Les 3. Het bezoek

Lees hiervoor de aanwijzingen 'Opzet lesproject bloemen/planten onder glas'.



Les 4. Na het bezoek


Introductie en verwerking

Als de groep naar het bedrijf is geweest, kunnen eventueel eerst de gemaakte video-opnamen worden bekeken. Daarna verwerken de kinderen hun ervaringen. Mogelijkheden hiervoor zijn bijvoorbeeld:

- uitwerken van de interviews (op de tekstverwerker)

- een verslag van het bezoek schrijven (op de tekstverwerker)

- foto's opplakken en voorzien van onderschriften

- de meegebrachte voorwerpen uitstallen

- tekeningen en schilderijen van het bezoek maken

- plattegronden uitwerken inkleuren en voorzien van een toelichting.


Als de teler in de groep op bezoek is geweest

- kunnen de vragen en de antwoorden (op de tekstverwerker) worden uitgewerkt

- kan (op de tekstverwerker) een verslag van het bezoek worden gemaakt

- kunnen de voorwerpen die de teler meegebracht heeft worden uitgestald.

Voor het maken van het verslag kunnen eventueel de illustraties van het werkblad 'Wat doet de teler?' worden gebruikt.


- Wat hebben bloemen en planten nodig om te groeien?

Laat elk groepje de bakjes met zaden uit les 2 vergelijken. Wat moesten ze onderzoeken? In welk bakje zijn de zaden het best ontkiemd? Wat zijn de resultaten? Zijn de voorspellingen van de kinderen uitgekomen?

Laat de groepjes om beurten verslag doen en schrijf in trefwoorden op het bord wat de resultaten zijn. Vat kort samen onder welke omstandigheden zaden het best ontkiemen (voldoende water, licht, warmte en voeding). Hoe zou de teler ervoor zorgen dat de bloemen en planten goed kunnen groeien (zie achtergrondinformatie)?


- Bloemstukjes

Nodig: bloemen, groen, een bakje oasis, een mesje, water.


Snijd de oasis op maat en vul hiermee het bakje. Maak het steekschuim nat. Snijd de stengels van de bloemen op de goede lengte. Steek de bloemen één voor één in het steekschuim. Steek tussen de bloemen de groene takjes. Geef het bloemstukje water als het klaar is.


- Nieuwe soorten bloemen en planten

Nodig: verschillende soorten bloemen en kamerplanten, papier, kleurpotloden.


Telers zijn voortdurend bezig om nieuwe soorten bloemen en planten te ontwikkelen. Ze doen dit niet uit eigen initiatief, maar luisteren goed naar wat de klant wil. Wil de klant een zalmkleurige bloem? Dan krijgt hij die! Wil de klant kamerplanten met een andere vorm blad? Wordt voor gezorgd!

Aan het moment waarop de teler zo'n nieuwe soort op de markt brengt, gaan jaren van experimenteren en onderzoek vooraf. De nieuwe soorten krijgen allemaal een naam vaak de naam die de teler verzint.

Ook zijn planten en bloemen aan mode en trends onderhevig. Planten en bloemen die vroeger veel werden verkocht, raken op een gegeven moment uit de mode om na een aantal jaren weer herontdekt te worden. De teler moet hierop tijdig inspringen, anders koopt de klant die bloemen en planten in het buitenland.

Laat de verschillende soorten bloemen of kamerplanten zien. De kinderen verzinnen en tekenen een nieuwe bloemen- of kamerplantensoort. Ze schrijven er ook bij wat zo bijzonder is aan deze soort en hoe de soort gaat heten. Kies met elkaar een aantal ontwerpen uit en stuur ze naar de teler op.


- Uitvindingen

Nodig: papier en potlood.


Vroeger werd het meeste werk in de kas met de hand gedaan. Zwaar werk, waarvoor tegenwoordig allerlei vernuftige machines worden gebruikt. Deze machines hebben het werk in de kas aanmerkelijk lichter gemaakt.

Telers zijn voortdurend bezig om betere slimmere en meer efficiënte machines te bedenken, waarmee ze hun werk nog beter kunnen doen. Tijdens het bezoek aan het bedrijf of het bezoek van de teler op school hebben de kinderen een en ander gezien en gehoord over deze machines. Tijdens het bezoek aan het bedrijf hebben ze misschien gezien hoe de machines gebruikt worden.

Laat de kinderen in tweetallen machines bedenken die het werk van de teler kunnen verlichten. Hang alle ontwerpen op.


Afsluiting

Bekijk met elkaar de verslagen de foto's en de werkstukken en hang ze op of zet ze neer. Nodig de ouders uit om ernaar te komen kijken. Ook kunnen andere groepen uitgenodigd worden om de resultaten te bekijken. De kinderen kunnen hierbij uitleg geven. Laat de kinderen een briefje schrijven naar de teler om hem te bedanken voor het bezoek.

Omhoog