INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

Blij met bijen

In april en mei zitten de takken van de appel- en peren-bomen vol met witroze bloesem. Met al die bloemetjes is de boomgaard net een grote bloementuin.

Om de bloemen te veranderen in vruchten moet er bestuiving plaatsvinden. Dit betekent dat stuifmeel (dat zijn kleine gele korreltjes) van de ene naar de andere bloem moet worden overgebracht.

De bestuiving gebeurt door de wind en door insecten zoals bijen en hommels. Voor een goede oogst is een goede bestuiving nodig. Daarom huurt de fruitteler bijenvolken van een bijenhouder een imker. De bijen vliegen van bloem tot bloem om honing te verzamelen. Bij het bezoek aan een bloem blijven wat stuifmeelkorrels aan hun lijf plakken. Zo brengen ze die naar de volgende bloem. Daar zorgt het stuifmeel voor de bevruchting waarna de bloem uitgroeit tot een appel of een peer.

Het verhaal van de bestuiving is nog niet af. Bij veel soorten appel- en perenbomen is het nodig dat het stuifmeel van een bloem van het ene ras terecht komt op de bloem van het andere ras. Daarom groeien in de meeste boomgaarden twee of meer rassen. Zo groeien er tussen de appelbomen van het ras Jonagold bomen van het ras James Grieve. Tussen de appelbomen van het ras Golden Delicious weer Elstar-appelbomen.

Bijen zijn dol op de paardebloemen die vaak onder de fruitbomen in de boomgaard groeien. In die gele bloemen zit meer honing dan in de bloesem van de fruitbomen. Pas als de paardebloemen uitgebloeid zijn zouden de bijen naar de fruitbomen toe gaan. Dan kan het voor de bestuiving van de fruitbomen te laat zijn. Dus wat doet de fruitteler? Hij maait de paardebloemen af en stuurt zo de bijen naar zijn bomen.

Omhoog