INFORMATIE

LEERKRACHTEN

PLAATJES

ZOEK

CONTACT

BESTELLEN

Nieuw in Het Kleine Loo

Fruitbomen

In de meeste boomgaarden groeien appels en peren. De fruitbomen staan keurig netjes naast elkaar in lange rijen. Tussen de bomenrijen liggen paden van gras. Hierover rijdt de fruitteler met de trekker de boomgaard in om zijn werk te doen. Er bestaan speciale smalle trekkers die goed tussen de bomenrijen door kunnen. In veel boomgaarden lopen slangen van boom naar boom. Die voeren water met meststoffen aan. Elke boom krijgt zo precies wat hij nodig heeft.

Een boomgaard is tussen de vijf en vijftien hectare groot dat zijn ongeveer tien tot dertig voetbalvelden naast elkaar. Vaak zie je in en om de boomgaard hoge hagen staan. Deze bomen beschermen de bloemen bladeren en vruchten van de fruitbomen tegen te harde wind. De fruitbomen zijn klein; het zijn laagstammen. Dat is ook de bedoeling van de fruitteler. Kleine bomen zijn makkelijker te verzorgen dan grote en er passen meer bomen in de boomgaard. Het belangrijkste is dat de laagstammen al vanaf hun tweede jaar appels of peren geven. Bij de ouderwetse hoge fruitbomen duurde dat wel tien jaar of langer.

Laagstammen geven zo snel vruchten doordat ze uit twee gedeelten bestaan. Het onderste gedeelte van de stam met de wortels heet de onderstam. De onderstam groeit langzaam waardoor de fruitboom klein blijft. De fruitboom gebruikt maar een klein beetje voedsel voor de groei van takken en bladeren en de rest voor de groei van appels en peren.

Het bovenste gedeelte met de takken de bladeren en de vruchten heet de ent. De boomkweker heeft de onderstam en de ent toen ze nog heel klein waren met entwas en binddraad aan elkaar vastgemaakt. Hij noemt dit: enten. De entplaats kun je nog terugvinden bij een volwassen boom; op die plek net boven de grond is de stam een beetje dikker. Kijk maar naar deze appelboom.

Omhoog